Einde inhoudsopgave
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/9.3.4
9.3.4 Voorwaardelijke verbintenissen
J.H.L. Beckers, datum 01-01-2016
- Datum
01-01-2016
- Auteur
J.H.L. Beckers
- JCDI
JCDI:ADS370002:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Enkele grootaandeelhouders van de Franse beursvennootschap Hermès sloten na het nemen van een belang in Hermès door concurrent LVMH een pact onder de genoemde voorwaarde. De toezichthouder en in hoger beroep de rechter oordeelden dat een vrijstelling hier terecht was en dus speelde de kwestie van de voorwaardelijkheid niet (zie eerder § 5.5).
Anders: de AFM inzake de vraag wanneer een voorwaardelijke koopovereenkomst tot een meldingsplicht leidt, zie AFM-leidraad van aandeelhouders, par. 6 <www.afm.nl>. Of zij dienovereenkomstig ook stemovereenkomsten beoordeeld in de context van art. 5:45 lid 5 Wft is onduidelijk.
Vgl. Asser/Hartkamp & Sieburgh 6-I* 2012/164 waar zij opmerken: “Van het aangaan van de overeenkomst tot de vervulling der voorwaarde, of totdat vaststaat dat zij niet vervuld is, is er dus een tijdperk van onzekerheid, onzekerheid namelijk of de verbintenis haar werking zal hebben.”
Verbintenissen onder ontbindende voorwaarde leveren geen problemen op wat dit betreft.
Hoe moet worden geoordeeld over voorwaardelijke verbintenissen? Denk bijvoorbeeld aan het sluiten van een overeenkomst onder de opschortende voorwaarde van een vrijstelling van de biedplicht, of de ontbindende voorwaarde dat die vrijstelling er niet komt.1 Staat de voorwaardelijkheid van een verbintenis in de weg aan het aannemen van een overeenkomst en in het verlengde daarvan acting in concert?
Omdat voor een overeenkomst in de zin van de acting in concert-definitie van art. 1:1 Wft niet een (afdwingbare) verbintenis is vereist (§ 9.3.3), komt slechts geringe betekenis toe aan tussen partijen overeengekomen voorwaarden.2 Vooropgesteld moet worden dat het bestaan van de overeenkomst niet geraakt wordt door de voorwaardelijkheid van de verbintenis.3 Dus ook bij een verbintenis onder opschortende voorwaarde is er in beginsel sprake van een overeenkomst, ook al ontstaat de verbintenis pas bij vervulling van de voorwaarden.4 Doorslaggevend is steeds of partijen desalniettemin uitvoering (willen) geven aan de overeenkomst. Slechts indien er een voorwaarde is overeengekomen en partijen zich ook houden aan die voorwaarde, zie ik ruimte om daarmee rekening te houden (vgl. § 13.3.3). Opties kunnen een bron zijn van voorwaardelijke verbintenissen. In het kader van de biedplicht is niet zozeer relevant of dat zo is, als wel wanneer het overeenkomen van een optie als acting in concert heeft te gelden (§ 9.3.6.9).