Einde inhoudsopgave
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/3.7.4
3.7.4 ‘Staatsinrigting van Nederland’
Th.E.M. Wijte, datum 08-01-2024
- Datum
08-01-2024
- Auteur
Th.E.M. Wijte
- JCDI
JCDI:ADS976993:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Staatsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Op Höhere Bürgerschulen (in 1842 door Buddingh voorgesteld), zie: Kuiper1961, p. 46.
Buddingh 1852, p. 256 en 842, p. 109.
Duyverman 1936, p. 4-5; G. Kartzke, Das Amerikanische Schulwesen, Leipzig: Quelle 1928, p. 79 (De high school kent de vakken sociologie, boekhouden en Landwirtschaft).
Ibid., p. 36.
Staathuishoudkunde c.a. is gelijk aan Les éléments de droits commerciales et déconomie politique; vgl. H.A.M. Snelders, Rijke, Petrus Leonardus (1812-1899), Den Haag 1989 en Aerts 2018, p. 594.
Ibid., p. 37. Rijke is door Thorbecke met het opstellen van het ontwerp van Wet op het M.O. belast, zie: P. Boekholt, ´De lange weg van een onderwijshervorming´, in: Stokking e.a. (red.) 2000, p. 33-46.
Vgl J. de Louter, Het verband der staatswetenschappen, (oratie UU), Utrecht: Beijers 1879 en De Bosch Kemper 1878.
Wet van den 2den Mei 1863, Stb. 1863, nr. 50; Amsing 2002, p. 346 en Boekholt & De Booy 1987, p. 187.
Duyverman 1936, p. 40, 42.
Handelingen I 1862/63, p. 230 e.v.
Wet van 2 mei 1863, Stb. 1863, nr. 50; zie: Steyn Parvé 1863. Steyn Parvé (1825-1883) is inspecteur van het middelbaar onderwijs.
Artikel 75, eerste alinea onder b MO. Tot de handelswetenschappen behoort handelsregt (Kamerstukken II, 1862/63, nr. 3, mvt, par. 8.3).
Artikel 16 lid d en e MO.
Zie voor notie Bildung: Van Stralen (red.) 2018, p. 47-59 en Ch. van Gelderen, ‘Onderwijs vol burgerschapsvorming’, in: Steenhuis, De Zaanse Agora, Leusden: ISVW 2015, p. 97-105.
P. Osswald, Die staatsbürgerliche Erziehung in den Niederlanden, Leipzig: Teubner 1911, p. 42. Met ‘bürgerkundlich Unterricht’ zijn de staatswetenschappen bedoeld.
Buddingh: Highschool ten voorbeeld
Voor de invoering van staatsinrichting1 heeft in een aan Thorbecke door Buddingh2 uitgebracht reisverslag naar Amerika (1851) de highschool model gestaan.3 Het meldt de verwaarlozing van de staatkundige opvoeding op de openbare common school en de groeiende aandacht voor democratic political socialisation op de highschool. In Europa zijn Geschichte und Vaterländische Staatseinrichtungen, Staatskunde, Verfassungslehre, Civics en Instruction civique synoniem voor staatsinrichting.4
Belgische wet van 1850 ten voorbeeld voor het ontwerp-Thorbecke
De bekendheid van Thorbecke met het vak Les éléments des notions des institutions constitutionelles et administratives (‘Staatsinrigting’) in België door zijn contacten met fysisch hoogleraar P.L. Rijke is een factor van belang voor de invoering van staatsinrichting in de MO-wet.5 Duyverman ziet sprekende overeenkomsten tussen de Belgische wet van 1850 en het concept-Rijke.6 Het accent ligt op de voor maatschappij en bedrijfsleven nuttige vakken wis-, natuur- en scheikunde, staatswetenschappen7, aardrijkskunde en geschiedenis. Ook talen en handelswetenschappen en recht, tekenen, boetseren en gymnastiek vormen het curriculum. De staats- en handelswetenschappen, aardrijkskunde en geschiedenis beslaan éénvijfde van de urentabel.8 Duyverman acht de parlementaire behandeling voor het vak de gronden van de gemeente-, provinciale- en Staatsinrigting van Nederland ‘van geen betekenis. Het invoeringsvoorstel kon de eindstreep, dankzij een ingetrokken amendement-Kappeyne van de Coppello, ongeschonden bereiken’.9
MO-Wet inwerkingtreding op 1 juli 1863
Na de aanneming van het gewijzigde wetsvoorstel10 verschijnt de Wet van den 2den Mei 1863 in het Staatsblad.11 Staatsinrichting, staathuishoudkunde en de statistiek en handelsrecht12 zijn op de vijfjarige hbs en de beginselen der staatshuishoudkunde en die van het boekhouden op de driejarige hbs verplicht.13 Met de invoering van deze wet per 1 juli 1863 toont Thorbecke zich een ware meester. Dat is in 1911 door visitator Osswald van de Vereinigung für staatsbürgerliche Bildung und Erziehung14, onderstreept:
‘Die Niederlanden haben einen grossen Schritt vorwȁrts getan in den politischen Erziehung ihres Volkes, als ihr grosser Minister Thorbecke in 1863 den burgerkundlichen Unterricht einführte’.15