De autonomie van de leraar
Einde inhoudsopgave
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/4.9.2.4:4.9.2.4 Overzicht
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/4.9.2.4
4.9.2.4 Overzicht
Documentgegevens:
J.S. Buiting, datum 07-02-2024
- Datum
07-02-2024
- Auteur
J.S. Buiting
- JCDI
JCDI:ADS949444:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Uit het voorgaande blijkt dat in alle onderwijssectoren een stelsel van medezeggenschap is gegroeid. In hoofdlijnen komen deze stelsels met elkaar overeen. In elk stelsel wordt in enige mate afgeweken van de Wor. Hiermee wordt mogelijk gemaakt dat niet alleen het personeel, maar ook leerlingen en in bepaalde gevallen ouders, deel kunnen uitmaken van de medezeggenschap. In elke onderwijssector wordt door de wetgever belang gehecht aan het betrekken van deze groepen bij de totstandkoming van het beleid binnen de school. De verschillende geledingen hebben doorgaans een aantal eigen advies- en instemmingsrechten die zien op zaken die hen specifiek aangaan. Daarnaast hebben de verschillende geledingen gezamenlijk een aantal rechten en voeren zij hun taak in meer of mindere mate gezamenlijk uit. Het personeel, leerlingen en in bepaalde gevallen ouders werken dan ook samen in de medezeggenschap.
Met het instellen van medezeggenschap heeft de wetgever beoogd de betrokkenheid van leerlingen, personeel en in bepaalde gevallen ouders bij het schoolbeleid te vergroten. De mate waarin zij medezeggenschap kunnen uitoefenen is na verloop van tijd in alle onderwijssectoren, met uitzondering van het hoger onderwijs, toegenomen. Dit hing samen met de toename van autonomie van het bevoegd gezag. Medezeggenschap draagt bij aan de interne en externe legitimatie van het beleid van de school. Interne legitimatie volgt uit de betrokkenheid van de personeelsgeleding en externe legitimatie uit de betrokkenheid van leerlingen- en eventueel de oudergeleding. Via de medezeggenschap legt het bevoegd gezag verantwoording af over zijn beleid. De medezeggenschap kan met zijn advies- of instemmingsrechten het beleid zo nodig bijsturen. Het bevoegd gezag blijft evenwel eindverantwoordelijk voor het beleid van de school.