Einde inhoudsopgave
Voorlichting door de Belastingdienst in rechtsstatelijke context (FM nr. 177) 2022/7.6.3.3
7.6.3.3 Alternatieven gericht op het voorkomen van verwachtingenconflicten
Mr. dr. T.A. Cramwinckel, datum 29-07-2022
- Datum
29-07-2022
- Auteur
Mr. dr. T.A. Cramwinckel
- JCDI
JCDI:ADS661285:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Organisatie Belastingdienst
Voetnoten
Voetnoten
Zie Damen 2018, hoofdstuk 8.
In reactie op het preadvies van Damen 2018 schrijft Verheij 2018, par. 3: ‘Zelfs het bestuur dat al Damen’s aanbevelingen opvolgt zal fouten blijven maken. De voor bestuursrechtjuristen interessante vraag is welke gevolgen wij aan die fouten moeten verbinden. Juist daar zegt Damen helaas weinig over.’
Zie ook Verheij 2018, par. 2.
Een dergelijke visie komt wel aan bod in het kader van onafhankelijke rechtshulp, bijv. Van Hout 2018a, par. 5.4 die erop wijst dat een onafhankelijk orgaan dat opkomt voor de belangen van belastingplichtigen ook voorlichting zou kunnen geven en dit de voorlichtende taak van de Belastingdienst kan ‘verlichten’.
Oldenziel 1998, p. 234-235.
Of door wijziging van het heffingssysteem waardoor voorlichting niet nodig is; zie Blank & Osofsky 2017, p. 259 ev.
Er zijn ook oplossingen denkbaar die zijn gericht op het voorkomen van een verwachtingenconflict. Een voorbeeld biedt een meer praktische benadering, zoals de vuistregels van Damen voor communicatie tussen burgers en bestuur.1 Deze waardevolle praktische handreikingen kunnen met name worden gebruikt om ervoor te zorgen dat problemen zich zo min mogelijk voordoen en zijn dus belangrijk in het voorkomen van conflicten. Voor dit onderzoek gaat het echter om de juridische, principiële vraag hoe moet worden omgegaan met door voorlichting gewekte verwachtingen.2 Die vraag is relevant, omdat ‘voorkomen’ niet altijd mogelijk is.
Een andere oplossing om verwachtingenconflicten te voorkomen kan worden gezocht in het opnemen van disclaimers of van kwalificaties als ‘deze informatie heeft de status van algemene voorlichting’ om duidelijk te maken dat men geen ‘rechten’ kan ontlenen aan voorlichting.3 Zoals hierboven al is behandeld is dit geen adequate oplossing (paragraaf 7.6.2.f). Een adequate hedge is coöperatief, maar een disclaimer maakt onjuistheden niet opeens acceptabel (paragraaf 5.3.3.4).
Juridisch bezien doet genoemd alternatief afbreuk aan de beginselen van rechtszekerheid (burgers willen geen onbetrouwbare informatie, maar rechtszekerheid), dienende overheid (de Belastingdienst mag niet handelen op grond van een eigen belang door zichzelf te ‘vrijwaren’ voor aansprakelijkheid) en het burgerperspectief (de burger rekent erop dat de Belastingdienst een betrouwbare communicatiepartner is). Wat heb je aan voorlichting als je wordt geacht de wet te lezen? Een vrijwarend effect van disclaimers miskent het sturende effect en de functie en het belang van voorlichting.
Op vergelijkbare bezwaren stuit het idee om de oplossing (enkel) te zoeken in de vereenvoudiging van wetgeving, onder de aanname: duidelijkere wetten zijn beter te vertalen en zullen dus minder fouten etc. opleveren (zie paragraaf 7.7.2.e). Hetzelfde geldt voor een alternatieve oplossing als vergroting van de wetskennis van burgers (betere scholing). Hoewel deze middelen een bijdrage kunnen leveren aan het voorkomen van conflicten tussen beide perspectieven, bieden zijn geen volledige oplossing.
Een radicalere aanpak is om de voorlichtende taak van de Belastingdienst over te hevelen naar een andere (overheids)organisatie.4 Voordeel is dat de relatie tussen Belastingdienst en burgers dan niet onder druk hoeft komen te staan indien voorlichting tekortschiet. De Belastingdienst is niet langer zender, noch bron van die uitingen. Toch acht ik dit geen adequate oplossing. Nog afgezien van de praktische vragen die dit oproept, blijft de communicatieve relatie met de Belastingdienst in stand. Voorlichting vraagt meer dan alleen uitleggen wat er in de wet staat; het is ook interpreteren en keuzes maken (paragraaf 4.6.2). De Belastingdienst is daartoe het meest aangewezen instantie vanwege zijn deskundigheid als uitvoerder op het terrein waarover het gaat (rechtszekerheid, rechtsgelijkheid).5 Wat mij betreft kan een oplossing worden gevonden binnen het huidige systeem en is een ingrijpende praktijkwijziging niet noodzakelijk (dienende overheid) en dus niet gewenst.
Een andere ingrijpende oplossing is om voorlichting niet zozeer weg te halen bij de Belastingdienst, maar ervoor te zorgen dat burgers geen voorlichting meer nodig hebben.6 Voorlichting is bijvoorbeeld niet meer nodig indien de nakoming van fiscale verplichtingen wordt gerealiseerd door professionals (aangiftes uitbesteden aan rechtswinkels, belangenorganisaties, belastingadviseurs, etc.). Zo wordt bereikt dat burgers niet van voorlichting afhankelijk zijn. Praktisch gezien kan dat voordelen hebben (bijv. verkleining administratieve lasten van burgers), maar ook evidente nadelen (bijv. de kosten die het met zich brengt). Principieel bezien is het alternatief ongewenst. Een rechtsstaat die verplichtingen oplegt aan burgers, zou burgers in staat moeten stellen deze zelf te kunnen nakomen (dienende overheid).