Douanewaarde in een globaliserende wereld
Einde inhoudsopgave
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/10.3.7.5.2:10.3.7.5.2 Invloed op de werkelijk betaalde of te betalen prijs
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/10.3.7.5.2
10.3.7.5.2 Invloed op de werkelijk betaalde of te betalen prijs
Documentgegevens:
M.L. Schippers, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
M.L. Schippers
- JCDI
JCDI:ADS258695:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Accijns en verbruiksbelastingen / Algemeen
Douane (V)
Toon alle voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De verrekenprijsaanpassing moet invloed hebben op de werkelijk betaalde of te betalen prijs voor de ingevoerde goederen. De verrekenprijsaanpassing zal dan ook moeten leiden tot het daadwerkelijk aanpassen van de prijs in de boekhouding en het opmaken van debet- of creditfacturen om in aanmerking te worden genomen voor het definitief vaststellen van de douanewaarde. Er zijn diverse soorten verrekenprijsaanpassingen te onderscheiden zoals toegelicht in de onderdelen 10.3.7.2 tot en met 10.3.7.4. Het type verrekenprijsaanpassing dat toepassing vindt, hangt af van nationale wetgeving, verdragen ter voorkoming van dubbele belastingbetaling en van de feiten en omstandigheden. Indien een verrekenprijs puur vanuit het oogpunt van de vaststelling van de winstbelastinggrondslag wordt aangepast, kan mijns inziens niet gesproken worden van een verrekenprijsaanpassing die in aanmerking moet worden genomen bij de vaststelling van de douanewaarde. Immers een dergelijke betaling of tegoed is immer niet ‘werkelijk betaald’. Dit laatste zal vaak het geval zijn bij verrekenprijsaanpassingen die door de belastingautoriteiten geïnitieerd worden (primaire, secundaire en corresponderende correcties en secundaire transacties). Wel hebben dergelijke fiscale winstcorrecties zonder nafacturering tot gevolg dat met terugwerkende kracht moet worden onderzocht of de aanvankelijk in rekening gebrachte prijs beïnvloed is door de verbondenheid van partijen. Indien dat het geval is, leidt dat tot de verwerping van de transactiewaarde van de ingevoerde goederen en moet de douanewaarde overeenkomstig een alternatieve waarderingsmethode worden bepaald. In bepaalde jurisdicties is het toegestaan om overtollige winsten te repatriëren om de fiscale balans of de winst- of verliesrekening in overeenstemming te brengen met de commerciële administratie. Dit kan – afhankelijk of de initiële prijs te hoog of laag was vastgesteld – door een bijbetaling of teruggaaf.1 Ik meen dat een dergelijke bijbetaling of teruggaaf in aanmerking genomen moet worden voor het definitief vaststellen van de douanewaarde mits ook aan de andere voorwaarden is voldaan. De repatriëring kan ook plaatsvinden door de herkwalificatie van andere transacties tussen de betrokken partijen. Een transactie die eerst niet als element van de transactiewaarde werd aangemerkt (zoals bijvoorbeeld een dividenduitkering), kan door de herkwalificatie (theoretisch gezien) in de heffing worden betrokken en omgekeerd.2 Belangrijk is dat de transactie na de herkwalificatie niet alleen in naam, maar ook materieel de vorm van een element van de transactiewaarde aanneemt en aan de voorwaarden tot bijtelling wordt voldaan. Indien de transactie bijvoorbeeld wordt geherkwalificeerd naar een royaltybetaling, moet het gaan om een royalty in douanerechtelijke zin en moet de betaling betrekking hebben op de ingevoerde goederen en als voorwaarde van de verkoop worden betaald (zie onderdeel 11.5).
Indien de interne verrekenprijsaanpassing wordt geïnitieerd door een belastingplichtige en de aanpassing enkel tot doel heeft om de winst zoals opgenomen in de aangifte winstbelasting in lijn te brengen met het arm’s length-beginsel, zou naar mijn mening de verrekenprijsaanpassing eveneens om eerdergenoemde reden niet in aanmerking genomen moeten worden, maar speelt wederom de vraag of de aanvankelijk in rekening gebrachte prijs door de verbondenheid van partijen is beïnvloed.3 De belastingplichtige kan ook de interne verrekenprijzen tussentijds aanpassen, zodat een correctie aan het einde van het jaar kan uitblijven of de kans daarop tot een minimum wordt beperkt. Over de gehele periode bezien is sprake van een zakelijke prijsstelling, echter gedurende het jaar zullen de prijzen fluctueren, waarbij de prijzen onafhankelijk van elkaar beschouwd niet zakelijk zijn. Dat werpt de vraag op of dit type verrekenprijsaanpassingen in aanmerking genomen moet worden. Met andere woorden, kan een importeur gedurende het jaar niet-zakelijke prijzen hanteren als douanewaarde als kan worden aangetoond dat de prijzen die gedurende het gehele jaar in rekening worden gebracht in onderlinge samenhang beschouwd niet zijn beïnvloed door de verbondenheid van partijen. Ik meen dat dit zou moeten kunnen, indien de waarborging dat de interne verrekenprijzen zakelijk worden vastgesteld blijkt uit verrekenprijsdocumentatie of hierover op voorhand afspraken zijn gemaakt tussen de douaneautoriteiten en de importeur in een vaststellingsovereenkomst. Mocht blijken dat aan het einde van het jaar de prijzen in het geheel genomen niet zakelijk zijn, moet een eindejaarcorrectie plaatsvinden die in aanmerking wordt genomen voor het definitief vaststellen van de douanewaarde. Deze zienswijze sluit aan bij het streven dat de douanewaarde zoveel als mogelijk wordt vastgesteld op basis van de transactiewaarde van de ingevoerde goederen en bij de gebruiken uit de handelspraktijk.