Douanewaarde in een globaliserende wereld
Einde inhoudsopgave
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/11.2.4.2:11.2.4.2 Internationale en Unierechtelijke grondslagen voor het aanmerken van een agent als inkoopagent
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/11.2.4.2
11.2.4.2 Internationale en Unierechtelijke grondslagen voor het aanmerken van een agent als inkoopagent
Documentgegevens:
M.L. Schippers, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
M.L. Schippers
- JCDI
JCDI:ADS258781:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Accijns en verbruiksbelastingen / Algemeen
Douane (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Artikel 8, lid 1, onderdeel a, ten eerste, CVA.
Zie voor het onderscheid in de wijze waarop de betaling is vormgegeven: Canada Border Services Agency, 24 November 2014, Commissions and Brokerage, Memorandum D13-4-12, i.h.b. onderdeel 3.
Commentary 17.1. Buying commissions. (Adopted, 20th Session, 12 October 1990, 36.280), onderdeel 13.
Over een nadere uiteenzetting van het begrip ‘verbonden partijen’ zie onderdeel 7.5.4.2.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het begrip inkoopcommissie is in artikel 5, lid 41, DWU als volgt gedefinieerd:1
“[…] de door een importeur aan een agent betaalde vergoedingen voor zijn vertegenwoordiging bij de aankoop van goederen waarvan de waarde dient te worden bepaald.”
In Explanatory note 2.1 van de Technische commissie douanewaarde van de WDO wordt onderscheid aangebracht tussen verkoop- en inkoopagenten. Criteria die daarbij worden aangelegd zijn de naamgeving van de betaling (verkoop- vs. inkoopcommissie), de wijze en condities van de betaling alsmede wie uiteindelijk de betaling voldoet. Indien de betaling wordt voldaan door de verkoper, wordt deze aangemerkt als commissie en courtage. De vergoeding moet dan in aanmerking worden genomen voor het bepalen van de douanewaarde en separaat worden bijgeteld indien deze nog niet in de betaalde of te betalen prijs is opgenomen.2 Bij een inkoopcommissie wordt de betaling voldaan door de koper van de goederen en als zodanig niet in aanmerking genomen voor het bepalen van de douanewaarde.
Uit de in artikel 5, lid 41, DWU geformuleerde definitie volgt alleen aan wie de betaling moet toekomen en dat het moet gaan om vertegenwoordigingsdiensten. De onderliggende cumulatieve voorwaarden, die in onderdeel 11.2.4.1 zijn benoemd, volgen niet uit voornoemd wetsartikel. Wel kunnen deze voorwaarden impliciet worden afgeleid uit Commentary 17.1 van de Technische commissie douanewaarde van de WDO.3 Ten aanzien van de eerste voorwaarde – bonafide koper-agentrelatie – wordt in Commentary 17.1 opgemerkt:
“The agency contracts should accurately reflect the terms of the agreement between the buyer and the agent and other documentary evidence such as purchase orders, telexes, letters of credit, correspondence, etc. which clearly supportsbona fides of the agency contract are to be produced should Customs so request.”
De tweede voorwaarde – een zekere mate van controle over de agent – lijkt besloten te liggen in de volgende passage:
“Another factor to be examined is the relationship, within the meaning of Article 15.4, of the parties involved in the transaction.”
De reden dat ik aanneem dat de tweede voorwaarde uit voornoemde passage is af te leiden, houdt verband met de verwijzing naar artikel 15, lid 4, WTO CVA. Dit wetsartikel geeft weer wanneer in het douanerecht sprake is van verbonden partijen. Verbondenheid in het douanerecht kan volgen uit een familieband of uit de zeggenschap of controle die een partij over de ander heeft.4 Er zal derhalve ook onderzocht moeten worden in hoeverre de koper controle heeft over de agent.