Einde inhoudsopgave
De arbeidsovereenkomst: een bewerkelijk begrip (MSR nr. 79) 2021/3.4.1
3.4.1 De ontwikkeling van het wettelijk kader inzake de kwalificatievraag in het NBW
S. Said, datum 13-12-2021
- Datum
13-12-2021
- Auteur
S. Said
- JCDI
JCDI:ADS583436:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Arbeidsovereenkomstenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Dit was overigens een tamelijk lang proces: nadat Meijers deze opdracht in 1947 ontving, heeft het nog zo’n 25 jaar geduurd voordat het Voorontwerp voor het NBW gereed was. De aanbiedingsbrief was gedagtekend op 1972, het Voorontwerp werd echter op 10 april 1973 aangeboden. Zie hierover uitgebreid: Florijn 1995, p. 437 e.v.
Kamerstukken II 1993/94, 23438, nr. 3, p. 1-2 (Memorie van Toelichting). Jacobs merkte op dat de voorgestelde regeling niet veel verder dreigde te reiken dan het werk van ‘een nauwgezette kopiist – het ontwerp betekent hooguit enkele millimeters vooruitgang op het bestaande recht.’, zie Jacobs, NJB 1994, p. 1036-1037.
Wet van 14 mei 1998, houdende wijziging van het Burgerlijk Wetboek, het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945 en van enige andere wetten (Flexibiliteit en zekerheid), Stb. 1998, 332, een en ander op basis van het zogenoemde ‘Flexakkoord’ van 1996.
Kamerstukken II 1995/96, 24543, nr. 1 en nr. 2.
Tevens werden met de WFZ de regeling inzake de minimumloonaanspraak per oproep en de wettelijke regeling rondom de rechtspositie van de uitzendkracht geïntroduceerd. Zie uitgebreid over de Wet Flexibiliteit en Zekerheid: Cremers-Hartman, SEW 1999, p. 2-7; Smitskam & Kronenburg-Willem 2000; Bergwerf, Van Dijk & Houweling, TAP 2009.
Kamerstukken II 1996/97, 25263, nr. 3, p. 3 (Memorie van Toelichting).
Kamerstukken II 2013/14, 33818, nr. 3, o.a. p. 8-12 (Memorie van Toelichting); Kamerstukken II 2018/19, 35074, nr. 3, o.a. p. 18-22 (Memorie van Toelichting).
Het NBW was het resultaat van een grondige hercodificatie van het burgerlijk recht.1 Voor de regeling omtrent de arbeidsovereenkomst had deze hercodificatie relatief weinig (inhoudelijke) gevolgen: in het Voorontwerp van het NBW werd deze regeling omschreven als ‘een werkstuk van hoog maatschappelijk gehalte en juridische deugdelijkheid’, waar betrekkelijk weinig kritiek op bestond. In de Memorie van Toelichting werd gesproken van ‘een technische herziening’, die ertoe diende de nieuwe regeling juridisch-technisch in te passen in het NBW, een aantal verouderde bepalingen te schrappen, en de tekst van de wet doorzichtiger en beter leesbaar te maken.2 De definitie van de arbeidsovereenkomst is dan ook nagenoeg gelijk gebleven. Voor de definities van de overeenkomst van aanneming van werk en (met name) de overeenkomsten tot het verrichten van enkele diensten lag dit anders, onder meer als gevolg van een aantal wetssystematische wijzigingen (zie verder onder 3.4.2).
Na de inwerkingtreding van het arbeidsrechtelijke deel van het NBW in 1997, is het arbeidsrecht nog op een drietal momenten herzien. De eerste grote herziening van het arbeidsrecht vond plaats in 1999, het jaar waarin de Wet Flexibiliteit en Zekerheid (hierna: WFZ) in werking trad.3 Met de opkomst van nieuwe vormen van arbeid en nieuwe, flexibelere arbeidsverhoudingen, moest er een nieuw evenwicht tussen partijen op de arbeidsmarkt worden gevonden, zo vermeldt de Nota Flexibiliteit en Zekerheid.4 In lijn hiermee zijn met de WFZ diverse regelingen geïntroduceerd ter regulering van de positie van flexibele arbeidskrachten.5 Voor de introductie van een nieuwe definitie van de arbeidsovereenkomst of nadere regelgeving voor arbeid buiten dienstbetrekking werd echter geen aanleiding gezien. In de Memorie van Toelichting van de WFZ is in dit verband uitdrukkelijk vermeld dat opdrachtnemers en aannemers van werk als zelfstandigen een minder economisch afhankelijk positie innemen dan werknemers, zodat zij de bescherming van het arbeidsrecht niet nodig zouden hebben.6 Hoewel ook bij de inwerkingtreding van de WWZ in 2015 en de WAB in 2020 is stilgestaan bij de rechtspositie van de groeiende groep zzp’ers, heeft de wetgever ook bij die beide gelegenheden geen aanleiding gezien om de definitie van de arbeidsovereenkomst – en dus de reikwijdte van het arbeidsrecht – te verruimen.7