Einde inhoudsopgave
De arbeidsovereenkomst: een bewerkelijk begrip (MSR nr. 79) 2021/3.4.2
3.4.2 De arbeidsovereenkomst, de overeenkomst van aanneming van werk, en de overeenkomst van opdracht
S. Said, datum 13-12-2021
- Datum
13-12-2021
- Auteur
S. Said
- JCDI
JCDI:ADS583409:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Arbeidsovereenkomstenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Tegelijkertijd is niet ten aanzien van alle bijzondere overeenkomsten voor een parallelle regeling gekozen. Zo zijn de regelingen inzake lastgeving, de bemiddelingsovereenkomst, de agentuurovereenkomst en de overeenkomst inzake de geneeskundige behandeling in titel 7.7 BW ondergebracht. Ten aanzien van deze overeenkomsten is derhalve voor een gelaagde structuur gekozen, hetgeen met zich brengt dat de algemene bepalingen in Afdeling 1 van titel 7.7 BW (gedeeltelijk) op deze overeenkomsten van toepassing zijn.
Kamerstukken II 1991/92, 17779, nr. 8, p. 2 (Memorie van Antwoord).
Hetzelfde werd voorgesteld voor de regeling inzake bewaarneming, zie: Kamerstukken II 1991/92, 17779, nr. 8, p. 1-3 (Memorie van Antwoord).
Zo werd bijvoorbeeld gewezen op de situatie waarin een garage een opdracht ontvangt tot het plaatsen van een toerenteller in een auto. Hoewel een dergelijke overeenkomst op het eerste oog zou kwalificeren als een overeenkomst van opdracht, rees de vraag of de garage in dit voorbeeld, die de auto ook tijdelijk onder zich heeft, niet tevens als bewaarnemer kan worden aangemerkt. Zie: Kortmann 1990, p. 742-743. De afbakening ten opzichte van de vervoersovereenkomsten achtte Kortmann overigens gerechtvaardigd, een en ander gezien de eigen aard van het vervoersrecht, ‘dat in overwegende mate wordt bepaald door internationale regelingen’.
Kamerstukken II 1991/92, 17779, nr. 8, p. 1-3 (Memorie van Antwoord). De wetgever heeft hier tevens gewezen op het feit dat de regelingen inzake aanneming en bewaarneming ook in andere landen met een vergelijkbaar rechtsstelsel, in de regel een eigen regeling hebben. Daarnaast zijn voor de keuze voor een gedeeltelijk parallelle regeling systematische argumenten aangevoerd. Zie hierover tevens: Hinskens-van Neck & Siemerink, MvV 2012/2.
De hiervoor genoemde hercodificatie-operatie had onder meer gevolgen voor de wetssystematische ordening van het burgerlijk recht. Waar de arbeidsovereenkomst, de overeenkomst van aanneming van werk, en de overeenkomsten tot het verrichten van enkele diensten in het BW 1909 in hetzelfde ‘moederartikel’ (artikel 7A:1637 BW) werden genoemd, kregen deze overeenkomsten in het NBW ieder een eigen titel. De arbeidsovereenkomst werd opgenomen in titel 7.10 BW, de overeenkomst van aanneming van werk in titel 7.12 BW, en de overeenkomst van opdracht in titel 7.7 BW. Op deze wijze kon recht kon worden gedaan aan het eigen, bijzondere karakter van ieder type overeenkomst.1 Daarnaast had deze ordeningswijze als praktisch voordeel dat per overeenkomst als één geheel kennis kon worden genomen van de daarop van toepassing zijnde regelgeving.2
In de literatuur is overigens nog gesuggereerd om (onder andere) de overeenkomst van aanneming van werk in de regeling inzake de opdrachtovereenkomst op te nemen.3 Een aantal bepalingen zou dan vanwege doublures overbodig worden, zodat beide regelingen konden worden ‘afgeslankt’. Ook zou op deze wijze bepaalde ‘grensproblematiek’ kunnen worden voorkomen, voor het geval een overeenkomst kenmerken van verschillende bijzondere overeenkomsten zou bezitten.4 De wetgever zag hierin echter geen overtuigend argument om ook andere bijzondere overeenkomsten in titel 7.7 BW onder te brengen.5 Het algemene contractenrecht voorzag in die situatie immers in een samenloopregeling: op grond van artikel 6:215 BW is in dat geval sprake van een ‘gemengde overeenkomst’, waarop meerdere wettelijke regelingen van toepassing zijn.6
De regeling omtrent de overeenkomst van opdracht trad in 1993 in het NBW in werking, in 1997 en 2003 gevolgd door de regelingen omtrent de arbeidsovereenkomst en de overeenkomst van aanneming van werk. Omwille van de overzichtelijkheid zal in de hiernavolgende bespreking niet het moment van inwerkingtreding van deze regelingen worden gevolgd, maar zal dezelfde structuur worden aangehouden als in paragraaf 3.3, zodat achtereenvolgens wordt ingegaan op de ontwikkeling van de arbeidsovereenkomst, de overeenkomst van aanneming van werk en de overeenkomst van opdracht. Tot slot wordt (wederom) kort stilgestaan bij overige bepalingen rondom de kwalificatievraag.
3.4.2.1 De arbeidsovereenkomst (artikel 7:610 BW)3.4.2.2 De overeenkomst van aanneming van werk (artikel 7:750 BW)3.4.2.3 De overeenkomst van opdracht (artikel 7:400 BW)3.4.2.4 Overige bepalingen rondom de kwalificatievraag