Het systeem van sanctionering van fiscale fraude
Einde inhoudsopgave
Het systeem van sanctionering van fiscale fraude (FM nr. 166) 2021/5.2.7.1:5.2.7.1 Art. 55 lid 2 WvSr
Het systeem van sanctionering van fiscale fraude (FM nr. 166) 2021/5.2.7.1
5.2.7.1 Art. 55 lid 2 WvSr
Documentgegevens:
Dr. C. Hofman, datum 01-04-2021
- Datum
01-04-2021
- Auteur
Dr. C. Hofman
- JCDI
JCDI:ADS270094:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Kelk (2012) spreekt in algemene zin van een lex specialis als een bepaalde delictsomschrijving, los van incidentele bewezenverklaringen, alle bestanddelen van een andere delictsomschrijving (gronddelict) omvat, maar met nog één of meer bestanddelen daaraan toegevoegd, p. 88.
Tekst en Commentaar Kluwer Navigator, art. 55 lid 2 WvSr, Machielse.
Tekst en Commentaar Kluwer Navigator, art. 55 lid 2 WvSr, Machielse.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Lid 2 van art. 55 WvSr luidt als volgt:
“Indien voor een feit dat in een algemene strafbepaling valt een bijzondere strafbepaling bestaat, komt deze alleen in aanmerking.”
Dit is de uiting van de in het gehele recht geldende regel: lex specialis derogat legi generali. Verhouden zich de concurrerende strafbepalingen als lex specialis1 tot de lex generalis, dan wint krachtens deze regel de eerste het van de laatste, ook al is dat de lichtste strafbepaling.
De overeenkomst tussen lid 1 (inzake eendaadse samenloop) en 2 van art. 55 WvSr, is dat een (zelfde) materiële gedraging zal zijn verondersteld: er is sprake van hetzelfde feit als uitgangspunt. Als gevolg van de toepassing van lid 2 is echter maar één bepaling toepasselijk. Lid 2 bevat dus een derogatiebepaling (die verder gaat dan de straftoemeting, maar bijvoorbeeld ook de tenlastelegging bereikt), terwijl het in paragraaf 5.2.2 besproken art. 55 lid 1 WvSr puur en alleen op strafreductie focust. Machielse schrijft dat het eerste lid – indien het gaat om ontvankelijkheid en bevoegdheid – niet tot een oplossing kan bijdragen, aangezien het pas in beeld komt als er al straffen moeten worden opgelegd.2 Lid 2 daarentegen speelt nog voordat dit het geval is, en de vraag of deze bepaling niet als een ex ante bepaling zou moeten gelden is dus legitiem. De meeste wetboeken kennen geen derogatiebepaling als die in art. 55 lid 2 WvSr, waarbij Machielse aanneemt dat dit zou kunnen komen doordat hetgeen erin is opgenomen als logisch wordt gezien.3