Het inzagerecht
Einde inhoudsopgave
Het inzagerecht (BPP nr. IX) 2010/5.2.2.0:5.2.2.0 Introductie
Archief
Het inzagerecht (BPP nr. IX) 2010/5.2.2.0
5.2.2.0 Introductie
Documentgegevens:
Mr. J.R. Sijmonsma, datum 17-05-2010
- Datum
17-05-2010
- Auteur
Mr. J.R. Sijmonsma
- JCDI
JCDI:ADS455165:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Aan de hand van deze uitgangspunten komt de ABP tot een schets (haar woord) voor een wettelijke regeling, op te nemen bij de bewijsrechtelijke bepalingen met de volgende inhoud:
Art. 155a: 1. Een ieder die de beschikking heeft over gegevens als in het tweede lid bedoeld of die over dergelijke gegevens rechtmatig de beschikking kan krijgen is verplicht om die gegevens, na die zo nodig te hebben opgespoord, op de voet van het hierna bepaalde te verstrekken. Eventueel met deze verstrekking gemoeide kosten komen voor rekening van de persoon die aanspraak maakt op verstrekking.
2. De in het eerste lid bedoelde gegevens zijn alle gegevens die van belang zijn voor de beoordeling van het wel of niet bestaan, de inhoud of de omvang van een burgerrechtelijke rechtsbetrekking. Verstrekking kan worden verlangd door elke persoon die partij is bij de bedoelde rechtsbetrekking, dan wel een zodanig belang bij die rechtsbetrekking heeft, dat deze persoon met een partij op één lijn te stellen is.
3. De verstrekking geschiedt door het geven van inzage in de desbetreffende gegevensdrager of het verstrekken van een kopie daarvan. Wanneer inzage wordt gegeven wordt de gelegenheid geboden om zich uittreksel of kopie te verschaffen. Voorzover de persoon ten behoeve van wie gegevens worden verstrekt hiertoe behoefte heeft aan deskundige bijstand, wordt hem de gelegenheid geboden zich daarvan te bedienen. Art. 155b: 1. De in art.155a bedoelde verplichting tot het verstrekken van gegevens geldt slechts voorzover dat met het oog op de in aanmerking te nemen belangen niet als kennelijk onevenredig is aan te merken. Bij de beoordeling of dit geval zich voordoet houdt de rechter rekening met de belangen van de betrokkenen, daaronder mede begrepen het gewicht van de burgerrechtelijke rechtsbetrekking waarop de aanspraak betrekking heeft, de belasting die van de tot verstrekking aangesprokene of van anderen gevergd wordt en gerechtvaardigde aanspraken op het inachtnemen van vertrouwelijkheid of het respecteren van de persoonlijke levenssfeer. Tot de in aanmerking te nemen belangen behoren ook aspecten betreffende de goede procesorde. De rechter houdt tevens, en zo nodig ambtshalve, rekening met aspecten van algemeen belang,
2. Aan de hand van de in het eerste lid bedoelde afweging kan de rechter ook besluiten de verstrekking slechts onder voorwaarden of met inachtneming van zekere beperkingen te gelasten.
3. Voorzover met betrekking tot de tot het verstrekken van gegevens aangesprokene een verschoningsrecht als bedoeld in art. 165 lid 2 van toepassing is, wordt dat recht gerespecteerd.
Art. 155c: 1. In een aanhangig geding betreffende de burgerrechtelijke rechtsbetrekking waaromtrent gegevens worden verzocht dan wel gevorderd, wordt de aanspraak op verstrekking overeenkomstig de regels voor het desbetreffende geding aan de rechter voorgelegd.
2. Indien geen geding als in het eerste lid bedoeld aanhangig is kan aan de rechter een verzoek tot het gelasten van gegevensverstrekking worden gedaan.
3. Wanneer verstrekking van gegevens wordt verzocht dan wel gevorderd, wordt de burgerrechtelijke rechtsbetrekking waarvoor de gegevens van belang zijn nauwkeurig aangegeven en wordt het gerezen geschil daaromtrent, dan wel het geschil dat de aanlegger verwacht, duidelijk omschreven. Tevens wordt nauwkeurig aangegeven ten laste van welke personen aanspraak op gegevensverstrekking wordt gemaakt, met aanduiding van de redenen waarom aangenomen wordt dat zij over relevante gegevens kunnen beschikken. De voormelde gegevens worden zo nauwkeurig mogelijk omschreven. Art. 111 derde lid, eerste volzin is van overeenkomstige toepassing. Voorzover dat niet reeds uit de voormelde gegevens blijkt, wordt het belang omschreven dat de aanlegger bij de eerderbedoelde rechtsbetrekking heeft.
4. Voordat op een verzoek of vordering tot gegevensverstrekking wordt beslist worden belanghebbenden in de gelegenheid gesteld te worden gehoord. In ieder geval wordt die gelegenheid geboden aan de partijen bij de gestelde rechtsbetrekking en aan degene jegens wie aanspraak op verstrekking van gegevens wordt gemaakt.
5. In de beslissing waarbij de verstrekking van gegevens wordt gelast geeft de rechter nauwkeurig aan in welke omvang en vorm en, voor zover van toepassing, onder welke voorwaarden of met inachtneming van welke beperkingen de verstrekking dient te geschieden.
6. De redelijke kosten die voor het verstrekken van gegevens overeenkomstig dit artikel worden gemaakt, komen ten laste van de partij die op verstrekking aanspraak maakt. Deze kosten worden vergoed aan degenen ten laste van wie die kosten zijn gevallen. Op hun verlangen veroordeelt de rechter degene die op verstrekking van gegevens aanspraak heeft gemaakt, daartoe. De rechter stelt desverzocht een voorschot vast waaruit de bedoelde kosten kunnen worden bestreden. De rechter kan bepalen dat verstrekking niet hoeft plaats te vinden voordat het voorschot is voldaan.
7. De in lid 6 bedoelde kosten kunnen in aanmerking worden genomen als kosten op de voet van art. 6:96 lid 2 onder b van het Burgerlijk Wetboek.
Art. 155d: 1. De rechter kan op verlangen van betrokkenen bepalen dat de partij op wier vordering of verzoek de verstrekking van gegevens wordt gelast, ten gunste van een of meer door de rechter aan te wijzen betrokkenen een door de rechter vast te stellen bedrag verbeurt, wanneer alsnog wordt vastgesteld dat de rechtsbetrekking waarop de aanspraak werd gebaseerd niet bestond of, in het geval dat de aanlegger het niet-bestaan van een rechtsbetrekking vastgesteld wil zien, dat die rechtsbetrekking wel bestond; of dat de aanspraak op de verlangde gegevens op kennelijk ondeugdelijke gronden of lichtvaardig geldend werd gemaakt.
2. De rechter kan bepalen dat voor het in het vorige lid bedoelde bedrag zekerheid wordt gesteld en dat de verstrekking van gegevens niet eerder hoeft plaats te vinden dan nadat de bevolen zekerheid is gesteld.