Einde inhoudsopgave
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/5.2.2
5.2.2 Analoge ontwikkelingen in het Nederlands mededingingsrecht
mr.dr. E.J. Zippro, datum 29-09-2009
- Datum
29-09-2009
- Auteur
mr.dr. E.J. Zippro
- JCDI
JCDI:ADS576413:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Toezicht en handhaving
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Voetnoten
Voetnoten
Zie voor een uitgebreide bespreking van de geschiedenis van de Nederlandse kartelwetgeving voor de Mededingingswet en de overgang van een misbruikstelsel naar een verbodsstelsel Mok 2004, p. 19-67 (de hoofdstukken 2 en 3 van zijn Kartelrecht 1).
Daarbij moet worden opgemerkt dat er vanaf 1992 algemene maatregelen van bestuur zijn uitgevaardigd waarbij verschillende kartelsoorten algemeen onverbindend werden verklaard als onderdeel van de korte termijn intensiveringsoperatie van de WEM. Zie ook Gaasbeek & Van der Meulen 1999, p. 9.
Deze 'Dutch clause' is op verzoek van Nederland toegepast bij de geplande fusie van RTL, Veronica en Endemol, PbEG. 1996, L 134/33 en de geplande fusie tussen Blokker en Toys 'R' Us, PbEG 1997, L 32/6. Derden-belanghebbenden hebben weinig kans om de inroeping van de Dutch clause bij de rechter af te dwingen nu de discretionaire vrijheid van de lidstaten groot is. Zie ook Gaasbeek & Van der Meulen 1999, p. 9.
Wet van 22 mei 1997, Stb. 1997, 242, houdende nieuwe regels omtrent de economische mededinging (Mededingingswet) in werking getreden op 1 januari 1998 krachtens Besluit van 14 november 1997, Stb. 1997, 540.
Zie bijvoorbeeld De Jong 1990, p. 244 e.v.; Van Rooy 1992, p. 908 e.v.
Kamerstukken II 1995/96, 24 707, nr. 3, p. 41, § 11.1.
Tot 1 januari 1998 was in Nederland de Wet economische mededinging (wEM) van kracht (zie § 3.10.2).1 De WEM werd met behulp van de Wet economische delicten strafrechtelijk gehandhaafd. Het mededingingsrechtelijk regime was onder de WEM van een andere orde dan het mededingingsrechtelijke regime op het communautaire vlak. De minister van Economische Zaken had de bevoegdheid op te treden tegen kartels of bepaalde vormen van misbruik, indien er sprake was van gevolgen die strijdig waren met het algemeen belang. Het algemeen kartelverbod en het algemeen verbod om misbruik te maken van een economische machtspositie bestonden echter niet.2 Concentratiecontrole bestond onder de WEM ook niet. Wel was er een 'Dutch clause' opgenomen in de ConcentratieVerordening. Aan de hand van deze 'Dutch clause' kregen lidstaten de bevoegdheid om een verzoek bij de Commissie in te dienen een concentratie te toetsen, hoewel de concentratie normaal gesproken te klein zou zijn om onder de ConcentratieVerordening te vallen.3
Sinds 1 januari 1998 is in Nederland de Mededingingswet van kracht.4 Het misbruikstelsel onder het regime van de WEM is vervangen door een verbodstelsel onder het regime van de Mededingingswet. Aan de soepele Nederlandse kartelwetgeving waardoor Nederland lange tijd een kartelparadijs is genoemd, is door de invoering van de Mededingingswet een einde gekomen.5
Als wordt gekeken naar de verschillen tussen de Mededingingswet en de Wet economische mededinging zijn eigenlijk vier belangrijke verschillen waarneembaar. Het misbruikstelsel is vervangen door een verbodsstelsel waarbij de Europese mededingingsregels (artikel 81 en 82 EG) als uitgangspunt zijn genomen, er is preventief concentratietoezicht ingevoerd waarbij de Europese mededingingsregels (ConcentratieVerordening) als uitgangspunt zijn genomen, het toezicht is verschoven van de Minister van Economische Zaken naar de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) en de strafrechtelijke handhaving van de WEM is vervangen door een stelsel waarbij de bestuursrechtelijke handhaving het uitgangspunt is.
Voor wat betreft de materiële regels wordt zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij de mededingingsbepalingen in het EG-Verdrag en de jurisprudentie van het GvEA EG en het HvJ EG. Anders dan het materiële recht is het bestuursprocesrecht afwijkend van het communautaire bestuursrecht. Het wordt voor een klein deel door eigen procedureregels in de Mededingingswet bepaald en voor een groot deel door de algemeen geldende bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De NMa is de bevoegdheid toegekend bestuurlijke boetes en lasten onder dwangsom op te leggen aan overtreders van de Mededingingswet en van het communautaire mededingingsrecht.
De wetgever hecht blijkens de memorie van toelichting bij de Mededingingswet ook belang aan de privaatrechtelijke handhaving van de Mededingingswet door de marktpartijen zelf. In de memorie van toelichting wordt onder het kopje 'Civielrechtelijke handhaving' opgemerkt:6
'Als derden door overtreding van bepaalde voorschriften in hun belang worden getroffen, is de burgerlijke rechter bevoegd te oordelen. Het ligt dan ook op hun weg in dergelijke gevallen actie te ondernemen en zij behoren dat niet aan de verantwoordelijkheid van de overheid over te laten. Doorgaans zullen de mogelijkheden van civielrechtelijke handhaving ook een snellere oplossing bieden dan de publiekrechtelijke vormen van handhaving.'
De minister is blijkens de bovenstaande passage van mening dat ingeval derden in hun belang worden getroffen, de verantwoordelijkheid om actie te nemen niet aan de overheid moet worden overgelaten, maar door partijen zelf moet worden genomen door middel van handhaving van het mededingingsrecht met behulp van privaatrechtelijke technieken. Deze privaatrechtelijke vorm van handhaving zal volgens de minister ook nog eens sneller tot resultaat leiden dan de publiekrechtelijke vormen van handhaving. De kanttekening die hierbij moet worden geplaatst, is dat de minister niet ingaat op de moeilijkheden die zich voordoen bij de privaatrechtelijke handhaving van het mededingingsrecht. Die moeilijkheden en mogelijke oplossingen worden in dit boek verder onderzocht.