Einde inhoudsopgave
De collateral richtlijn (R&P nr. FR12) 2015/2.3.2.1
2.3.2.1 Wat zijn repurchase agreements?
Dr. J. Diamant, datum 27-10-2014
- Datum
27-10-2014
- Auteur
Dr. J. Diamant
- JCDI
JCDI:ADS369167:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Financieel recht / Europees financieel recht
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Voetnoten
Voetnoten
Repo’s kunnen ook worden aangegaan met andere vervangbare goederen, zoals landbouwproducten en edele metalen, zie Rank 1998b, p. 413. De GMRA – de belangrijkste gestandaardiseerde raamovereenkomst voor repo’s, zie daarover §2.3.2.3 en §2.3.2.4 – heeft echter alleen betrekking op effecten (art. 1(a) GMRA). Daarbij knoop ik hier aan.
Waarom partijen voor deze constructie kiezen en bijvoorbeeld niet voor de vestiging van een beperkt zekerheidsrecht op effecten, komt aan bod in §8.2.
Een repurchase agreement is een overeenkomst waarbij de ene partij – aangeduid als seller – een bepaalde hoeveelheid effecten1 overdraagt aan zijn wederpartij (buyer) tegen betaling van de koopprijs. Partijen spreken tegelijkertijd af dat een gelijke hoeveelheid effecten van dezelfde soort door de seller wordt teruggekocht en op een overeengekomen later tijdstip (repurchase date) of op verzoek van de seller tegen betaling van de repurchase price wordt geleverd. De repurchase price bestaat uit de oorspronkelijke koopprijs en een rentecomponent berekend over de looptijd van de overeenkomst.
Een voorbeeld ter verduidelijking. Bank A verkoopt en levert effecten aan Bank B tegen betaling van de koopprijs (€ 25 miljoen). Tegelijkertijd komen partijen overeen dat A de effecten de volgende dag terugkoopt voor € 25.002.054,79 (een zogenaamde overnight repo). Dit bedrag – de repurchase price – bestaat uit de oorspronkelijke koopprijs (€ 25.000.000) plus een rentecomponent (1/365*3% van € 25.000.000 = € 2054,79). De levering van soortgelijke effecten vindt de volgende dag plaats tegen betaling van de repurchase price.
Vanuit economisch perspectief gaat het bij een repo om een geldlening op onderpand van effecten. Juridisch is deze geldlening echter ingekleed als twee koopovereenkomsten: de eerste koopovereenkomst verplicht de seller (in het voorbeeld: A) tot levering van effecten, terwijl de tweede koopovereenkomst de buyer (in het voorbeeld: B) verplicht tot levering van soortgelijke effecten voor een iets hogere koopprijs op een later moment aan A.2