Burgerschap op orde
Einde inhoudsopgave
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/3.16:3.16 Samenvattende conclusies
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/3.16
3.16 Samenvattende conclusies
Documentgegevens:
Th.E.M. Wijte, datum 08-01-2024
- Datum
08-01-2024
- Auteur
Th.E.M. Wijte
- JCDI
JCDI:ADS977444:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Staatsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Staatsburgerlijke vorming krijgt in de Republiek met Pieter Scheerders Nieuw Voorschriftboekje (1680) en Stellingwerfs Nieuw verbeterd Voorschrift-boexsken (1753) impulsen die de A.B.-leesoefeningen en Burgerbelangboekjes van Swildens in 1781 niet gaven. De patriotten introduceren na 1795 burgerschaps vorming met klassieke deugden. De concept-Staatsregelingen regelen al het volksonderwijs. Tussen 1795-1806 komen twee LO-wetten (1801, 1803), met tot doel: ‘het beoefenen van alle Maatschappelijke en Christelijke deugden’. De Wet voor het Lager Schoolwezen en Onderwijs c.a. van 1806 omvat het bijbrengen van ‘alle Maatschappelijke en Christelijke deugden’ (artikel 22 Regl.) en ‘Aardrijks- en Geschiedkunde, alleenlijk tot hoogere beschaafdheid vormend tot staatsburger’ (artikel 1 Regl. 1806). De wet draagt het stempel van de eigentijdse pedagogische en staatkundige ideeën en werkt tot 1857 (Wet-Van der Brugghen), toen Franse scholen zijn omgezet in muloscholen. De Latijnse scholen ontwikkelen zich met de tweede afdeling tot gymnasium (1838) met bijvakken als geschiedenis en staats- en handelswetenschappen.
Het in 1862 door Thorbecke ingediende MO-wetsvoorstel leidt in 1863 tot de MO-wet. De burgerschool kent de eerste gronden der staatshuishoudkunde als vak, de driejarige hbs de beginselen der staatshuishoudkunde en de vijfjarige hbs staats- en handelswetenschappen. De Wet op het Hooger Onderwijs (1876) kent op gymnasium het vak geschiedenis, staatsinrichting daaronder begrepen.
Het vak geschiedenis omvat in de LO-wet 1916: ‘de allereerste beginselen der gemeente-, provinciale en staatsinrichting […]’ en in de LO-wet 1920: ‘de eenvoudigste kennis der gemeente-, provinciale- en staatsinrichting […]´. In de Wbo (1981) en Wpo (1998) beoogt staatsinrichting in het kennisgebied maatschappelijke verhoudingen: Politieke verschijnselen: enige hoofdzaken van staatsinrichting (politie en justitie, gemeentebestuur en totstandkoming van een wet in hoofdlijnen) (artikel 9 lid 2d Wpo).1
Nu staatsinrichting als apart vak of onder geschiedenis begrepen is vastgelegd op de vijfjarige (1863) en driejarige hbs (1916, 1920), het gymnasium (1876), de mms (1935) en mulo (1921) rijst bij de inspectie gerede twijfel over de vormende waarde van de staatsburgerlijke opvoeding. Is staatsinrichting te begrijpen onder geschiedenis en staatshuishoudkunde niet te academisch? In het ontwerp-Normaalprogramma staat tegen de zin van de inspectie van het middelbaar onderwijs in de vierde klas hbs het vak staatsinrichting, terwijl het onderwijs op het platteland doorgaans eindigt na de derde klas. Ondanks de burgeradressen is het Normaalprogramma 1916 op de rijkshbs ingevoerd en voor de vijfjarige openbare hbs in 1920 aangepast. Het Normaalprogramma van 1916 op de driejarige hbs is in 1920 beëindigd door de gewenste meer regionale programmering en de eigen schoolexamens.
In 1923 ontstaat de per hbs ingerichte literair-economische afdeling met staats- en handelswetenschappen als kernvakken, waarvoor inrichtingsvoorschriften verschenen in 1928 (Bijlage VIII). In 1935 is een mms-leerplan en basistabel met civiel effect vastgesteld met staatswetenschap als facultatief vak. In 1937 wordt hbs-a naast gemeente- ook rijksschool. Van 1940-1945 zijn de bezetter onwelgevallige boeken en V.O.S.-Mededelingen (1943) verboden.
De Vernieuwingsraad gaf in 1945-1946 impulsen aan democratische vorming. Minister Van der Leeuw (PvdA) brengt de nota Onderwijsvernieuwing uit met als kern de bevordering van ons aller verantwoordelijkheid voor de rechtsstaat. Hij roept ieder op zich sterk te maken voor de democratie in onze herwonnen rechtsstaat en stelt ‘heel de mens’ centraal (Hegeliaanse Bildung). Banning wil burgerschapskunde op school invoeren. Stellwag en Saal benadrukken ook de democratische vorming. De mms krijgt in 1947 een leerplan met geschiedenis - staatsinrichting daaronder begrepen. In de Wvo van 1963 is staatsinrichting op atheneum een apart vak. Echter, minister Cals en de confessionele fracties besluiten geschiedenis en staatsinrichting in de OWvo van 1967 te combineren. Maatschappijleer is als verplicht vak in de Wvo vastgelegd met het oogmerk de maatschappelijke en politieke vorming van toekomstige burgers vorm te geven. De eerste stap naar burgerschapsvorming op vwo/avo is gezet.