Einde inhoudsopgave
De niet-uitvoerende bestuurder in een one tier board (VDHI nr. 168) 2020/VI.4.4.1
VI.4.4.1 Inleiding
mr. N. Kreileman, datum 01-08-2020
- Datum
01-08-2020
- Auteur
mr. N. Kreileman
- JCDI
JCDI:ADS242929:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Voetnoten
Voetnoten
Het orgaan dat bevoegd is tot benoeming van de bestuurders, is immers tevens bevoegd de bestuurders te ontslaan. Zie art. 2:134/244 lid 1 jo. 2:132/242 lid 1 BW.
De vergadering van aandeelhouders heeft deze bevoegdheden niet wanneer de vennootschap het volledige structuurregime hanteert. In dat geval is de raad van commissarissen exclusief bevoegd de bestuurders te benoemen, schorsen en ontslaan. Zie art. 2:162/272 jo. 2:134/244 lid 1 BW. Zie ook expliciet art. 2:162/272 jo. 2:147/257 lid 2 BW.
Zie de memorie van toelichting bij het Ontwerp Nelissen uit 1910, opgenomen in Belinfante 1929, p. 95.
Om effectief toezicht te kunnen houden, is de raad van commissarissen op grond van art. 2:147/257 lid 1 BW bevoegd iedere bestuurder te allen tijde te schorsen, tenzij deze bevoegdheid hem statutair is ontnomen. Het is vervolgens aan de vergadering van aandeelhouders die de bestuurder heeft benoemd om over het lot van de geschorste bestuurder te oordelen. Zij kan de bestuurder ontslaan1 of de schorsing krachtens het tweede lid van art. 2:147/257 BW opheffen.2
De gedachte dat de raad van commissarissen slechts naar behoren toezicht kan houden als hij slagvaardig kan optreden, is niet nieuw. Reeds sinds 1929 is de raad van commissarissen bevoegd iedere bestuurder te allen tijde te schorsen.3 Volgens de wetgever had de raad van commissarissen deze bevoegdheid nodig voor een “richtige vervulling” van zijn taak.4