Einde inhoudsopgave
Fiscale geheimhoudingsplicht: art. 67 AWR ontrafeld (FM nr. 168) 2021/3.3.3.4
3.3.3.4 Beëindiging werkzaamheden
Dr. B.M. van der Sar, datum 05-05-2021
- Datum
05-05-2021
- Auteur
Dr. B.M. van der Sar
- JCDI
JCDI:ADS285669:1
- Vakgebied(en)
Invordering / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Informatieverplichting
Invordering / Inlichtingenverplichting
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Bezwaarfase
Voetnoten
Voetnoten
Sinninghe Damsté 1931, blz. 478 (over art. 102 Wet IB 1914) en H.J.H. Cloudt, Het verschoningsrecht van de belastingambtenaar, WFR 1956/732. Vergelijk: MvT bij art. 60, tweede lid, Wtk 1992 waar wordt opgemerkt dat de geheimhoudingsplicht ook in stand blijft wanneer iemand de dienst van het Ministerie van Financiën of de Bank heeft verlaten c.q. de opgedragen werkzaamheden heeft beëindigd (MvT, Kamerstukken II 1991/92, 22 665, nr. 3, blz. 65) en de definitie van ambtenaar in art. 1, onderdeel d, Wet No.
Handboek Controle (2020), blz. 38.
Art. 67 AWR is, evenals de onderzochte geheimhoudingsbepalingen uit het pre-AWR-tijdperk, een niet in de tijd gelimiteerde geheimhoudingsbepaling. De aan de onderworpen subjecten opgelegde geheimhoudingsverplichting eindigt bijvoorbeeld niet bij het ontslag uit het ambt.1 Vergelijkbaar is het standpunt uit het Handboek Controle (2020) waarin wordt opgemerkt dat wanneer iemand zijn werkzaamheden als controlemedewerker beëindigt, hij de gegevens die hij als ambtenaar heeft verkregen, geheim dient te houden.2 Bovenstaande zal eveneens onverkort gelden voor stagiaires die hun stage hebben afgerond of deskundigen die hun opdracht hebben beëindigd.