De grondwetsherzieningsprocedure
Einde inhoudsopgave
De grondwetsherzieningsprocedure (SteR nr. 52) 2021/I.3.5:I.3.5 Bekrachtiging en bekendmaking in eerste lezing
De grondwetsherzieningsprocedure (SteR nr. 52) 2021/I.3.5
I.3.5 Bekrachtiging en bekendmaking in eerste lezing
Documentgegevens:
T. van Gennip, datum 01-08-2021
- Datum
01-08-2021
- Auteur
T. van Gennip
- JCDI
JCDI:ADS284998:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Van der Pot 2014, p. 675; Handelingen I 1951/52, 41, p. 839-859; Kamerstukken I, 1951/52, 2314, nr. 10.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Uiteraard is zoals voor iedere wet – en dus ook voor een verklaringswet - de bekrachtiging en bekendmaking vereist. Er is slechts één voorbeeld waarbij de regering afzag van bekrachtiging van een verklaringswet. Het betreffende wetsvoorstel aangaande de handhaving van de minimumleeftijd voor de leden van de Eerste Kamer werd op 7 mei 1952 per abuis aangenomen door de Eerste Kamer.1 Het voorstel had geen betekenis meer omdat een ander voorstel betreffende de leeftijd voor de Tweede Kamer was verworpen. Artikel 93 Gw (1948) bevatte namelijk een schakelbepaling die deze leeftijden gelijkstelde. De niet-bekrachtiging van het voorstel tot wet door de regering had slechts te maken met het feit dat een ander voorstel was verworpen. Het voorstel kreeg geen vervolg.
I.3.5.1 Bekrachtiging van het voorstel-HalsemaI.3.5.2 De inwerkingtreding van een verklaringswet