Einde inhoudsopgave
Milieuaansprakelijkheid van leidinggevenden 2021/IV.3.6.2
IV.3.6.2 Ernstig verwijt een beginsel van het bestuurdersaansprakelijkheidsrecht?
mr. T.R. Bleeker LLM, datum 01-11-2021
- Datum
01-11-2021
- Auteur
mr. T.R. Bleeker LLM
- JCDI
JCDI:ADS460488:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Het is niet helemaal duidelijk wie Timmerman bedoelt met ‘we met zijn allen’ en wat de implicaties daarvan zijn voor rechtsvinding. Uit de context is op te maken dat zijn oproep voor ‘pragmatische’ beoefening van het ondernemingsrecht waarbij de ernstig verwijt-maatstaf moet worden toegepast, in ieder geval is geadresseerd aan rechters. In Timmerman 2017c, p. 193 komt dit expliciet aan bod: daar roept hij rechters op om ‘vrijheid te wagen’, bijvoorbeeld door de ernstig verwijt-maatstaf toe te passen.
Timmerman 2016b, p. 324.
Timmerman 2016a/1.1 en Eenheid en verscheidenheid in het ondernemingsrecht (IVOR nr. 98) 2016/10 Verslag discussie.
Timmerman 2016a/1.2. Deze uitspraak roept natuurlijk wel de vraag op hoe kan worden vastgesteld wat ‘de juiste uitkomst’ is. Vanuit een rechtstheoretisch perspectief is de juiste uitkomst een uitkomst die gebaseerd is op de dogmatiek.
Timmerman 2016a/1.5.
Timmerman 2016b, par. 1 en opnieuw in Timmerman 2016a/1.5. In dezelfde zin: Timmerman 2017c, p. 193-194.
Timmerman 2016b, nr. 5. Ook Assink e.a. 2011, p. 64, noemen het ernstig verwijt een ‘algemeen beginsel van bestuurdersaansprakelijkheidsrecht.
Timmerman merkt alleen op dat hij de beginselen ‘voornamelijk ontleent aan de rechtspraak van de Hoge Raad’. Timmerman 2016b, nr. 1.
Zie over het onderscheid tussen rechtsbeginselen en rechtsregels voorts Brouwer 1991.
Zie par. IV.2.3.
Hammerstein 2021, p. 365.
Timmerman 2016b, p. 324. Timmerman staat ook stil bij het omstreden karakter van de ernstig verwijtmaatstaf in Timmerman 2019.
Timmerman 2016b, p. 324.
Dit werd eerder ook geconstateerd door Westenbroek 2018b, par. 8, die de maatstaf een heilig huisje noemt. Zie voorts Westenbroek 2016b, p. 112, waarin hij constateert dat de maatstaf springlevend is en door sommigen wordt verdedigd als heilige graal die zo oud is als de mensheid. Voor een overzicht van auteurs die de toepassing van de ernstig verwijt-maatstaf verdedigen, zie o.a. hierboven in voetnoot 4.
Timmerman denkt hier zelf anders over. Hij eindigt zijn artikel met de volgende woorden: “Iedereen mag van alles van mijn verhaal vinden, zelfs dat het niet consistent is. Maar zeker in dat laatste heeft men ongelijk.(..) Uit mijn verhaal blijkt dat het een goed uit te leggen en ook te verdedigen systeem is.” Timmerman 2016b, p. 330.
Om te begrijpen waarom Timmerman meent dat de toepassing van de ernstig verwijtbeginsel over de hele linie van het bestuurdersaansprakelijkheidsrecht een ‘volstrekt legitieme rechtspolitieke keuze’ is, is het goed om meer te weten over de kijk van Timmerman op het (ondernemings)recht. Daarover schrijft Timmerman het volgende:
“Recht heeft voor mij iets van een willenschap. Recht is immers dat wat we met zijn allen1 willen dat recht is. Ik ken in het recht maar weinig dwingende uitkomsten. Het recht is doorgaans buigzaam. Ik heb er ook geen moeite mee te erkennen dat bestuurdersaansprakelijkheid zonder ernstig verwijt kan worden opgezet. Maar ik vind dat rechtspolitiek gezien wel een minder goed stelsel van bestuurdersaansprakelijkheid. Daarvan ben ik uiteraard geen voorstander.”2
Timmerman verklaart dat hij geen liefhebber is van rechte lijnen en strenge dogmatiek.3 Volgens hem kan ‘juridisch minimalisme’ in bepaalde zaken de beste aanpak zijn: “Het gaat er alleen maar om in het concrete geval tot een juiste uitkomst te geraken en verder niks.”4 Hij pleit voor een ‘kneedbaar en flexibel’ ondernemingsrecht dat rekening kan houden met de veranderende maatschappelijke werkelijkheid en de bijzondere omstandigheden van het geval, en hij stelt dat “als één leerstuk binnen het ondernemingsrecht flexibel dient te zijn, dan is het wel de bestuurdersaansprakelijkheid.”5 Geïnspireerd door een boek over het ‘Warren-court’, geeft Timmerman dan ook de voorkeur aan ‘beginselen en grondslagen’ boven ‘doctrine en dogmatiek’.6 De ernstig verwijt-maatstaf noemt hij een ‘beginsel van het bestuurdersaansprakelijkheidsrecht’.7
Er kunnen verschillende vraagtekens worden geplaatst bij de manier waarop Timmerman zijn geen-doctrine-maar-beginselen-benadering van het bestuurdersaansprakelijkheidsrecht vormgeeft en toepast. In de eerste plaats blijft onduidelijk wat in de benadering van Timmerman een ‘beginsel’ precies inhoudt, en waarom de ernstig verwijt-maatstaf deze status zou verdienen.8 Het past in ieder geval niet in de gangbare uitleg van een rechtsbeginsel, zoals die van Scholten:9
“Hier zijn we daar aangeland, als we een uitspraak opstellen, die voor ons, – dus mensen van een bepaalde tijd in een bepaald land levend in een bepaald rechtssysteem – onmiddellijk evident is. (..) Wij noemen dit een rechtsbeginsel. Een rechtsbeginsel is niet een rechtsregel. Was het regel, dan zou die zo algemeen zijn, dat hij òf niets òf veel te veel zeide. Directe toepassing door subsumptie van een geval onder een beginsel is niet mogelijk, daartoe moet eerst door een meer concrete inhoud de regel worden gevormd.”
Als deze uitleg wordt gevolgd, dan zou de ernstig verwijt-maatstaf niet moeten worden aangemerkt als ‘rechtsbeginsel’, maar als ‘rechtsregel’.10 De ernstig verwijtmaatstaf wordt immers ‘direct’ toegepast in het kader van artikel 2:9 BW, en sinds het Ontvanger/Roelofsen-arrest wordt het ook gezien als een constitutief vereiste voor bestuurdersaansprakelijkheid op grond van onrechtmatige daad.
Belangrijker nog: het is niet in redelijkheid vol te houden dat (de toepasselijkheid van) de ernstig verwijt-maatstaf over de gehele linie van het bestuurdersaansprakelijkheidsrecht ‘voor mensen uit deze tijd in dit land en in dit rechtssysteem onmiddellijk evident is’. De maatstaf wordt immers pas sinds 2006 toegepast bij de beoordeling van bestuurdersaansprakelijkheid uit onrechtmatige daad.11 Bovendien is de ernstig verwijt-maatstaf, zoals gebleken in paragraaf IV.2 en elders in paragraaf IV.3, zeker niet boven discussie verheven: al vanaf het ontstaan van de maatstaf zijn er twijfels geuit over de toets zelf en de brede toepassing ervan.
Illustratief hiervoor is ook de verzuchting van Hammerstein: “Waar komt toch die aversie vandaan tegen het gebruik van de maatstaf van een ‘persoonlijk ernstig verwijt’ in het kader van de aansprakelijkheid van een bestuurder van de rechtspersoon? Inmiddels zijn hierover boeken vol geschreven zonder dat de hardnekkige weerstand is verminderd.”12
Timmerman erkent dit zelf ook: hij noemt de vraag ‘bij welk type bestuurdersaansprakelijkheid ernstig verwijt een rol dient te spelen’ een ‘twistappel’.13 Daarnaast merkt hij op dat hij ‘er geen moeite mee [heeft] te erkennen dat bestuurdersaansprakelijkheid zonder ernstig verwijt kan worden opgezet’.14 Zodoende nuanceert hij ook zelf het universele en fundamentele karakter van de ernstig verwijtmaatstaf, hetgeen ook pleit tegen de conclusie dat de ernstig verwijt-maatstaf kan worden aangemerkt als beginsel.
Mijns inziens pleit het centraal stellen van beginselen en grondslagen in het bestuurdersaansprakelijkheidsrecht juist tégen de toepassing van de ernstig verwijtmaatstaf in het algemene aansprakelijkheidsrecht. Het gaat bijvoorbeeld in tegen fundamentele rechtsbeginselen zoals rechtsgelijkheid en rechtszekerheid (waarover hierna meer) en ook staat het op gespannen voet met het beginsel dat in een liberale samenleving ieder rechtssubject verantwoordelijk is voor diens eigen gedragingen, dat reeds aan bod kwam in paragraaf IV.3.3.2.
Wonderlijk genoeg lijkt het erop dat het ernstig verwijt-leerstuk zélf verworden is tot een starre doctrine.15 Als het (ondernemings)recht flexibel moet zijn en oog moet hebben voor de bijzondere omstandigheden van het geval, vanwaar dan de kruistocht voor normatieve convergentie? Waarom is het noodzakelijk dat een toets – die is ontwikkeld voor een specifieke vorm van interne bestuurdersaansprakelijkheid – wordt verheven tot algemene regel waarvan in beginsel niet wordt afgeweken? Waarom moet er qua maatstaf een ‘rechte lijn’ getrokken worden tussen totaal verschillende aansprakelijkheidsregimes?
Kortom, zelfs als de geen-doctrine-maar-beginselen-benadering van Timmerman wordt gevolgd, leidt dit volgens mij niet tot de conclusie dat de ernstig verwijt-maatstaf ook dient te worden toegepast in het algemene aansprakelijkheidsrecht.16