Voorlichting door de Belastingdienst in rechtsstatelijke context
Einde inhoudsopgave
Voorlichting door de Belastingdienst in rechtsstatelijke context (FM nr. 177) 2022/4.3.6:4.3.6 Onderscheid tussen algemene en individuele voorlichting
Voorlichting door de Belastingdienst in rechtsstatelijke context (FM nr. 177) 2022/4.3.6
4.3.6 Onderscheid tussen algemene en individuele voorlichting
Documentgegevens:
Mr. dr. T.A. Cramwinckel, datum 29-07-2022
- Datum
29-07-2022
- Auteur
Mr. dr. T.A. Cramwinckel
- JCDI
JCDI:ADS661483:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Organisatie Belastingdienst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Bijv. Jansen 2013, par. 3.1.2; Douma e.a. 2021, par. 6.2.1; Gorissen 2008, p. 80-81, Happé 1996, p. 164-178.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de fiscale literatuur wordt, in lijn met de vroege arresten uit de voorlichtingsjurisprudentie, wel onderscheid gemaakt tussen algemene voorlichting (gericht aan het publiek, zoals een brochure) en individueel verstrekte inlichtingen (gericht aan een individu, zoals via de BelastingTelefoon).1 Echter, voor wat betreft de rechtsgevolgen maakt de Hoge Raad geen principieel onderscheid: gewekt vertrouwen wordt bij beide vormen op dezelfde wijze beoordeeld en dezelfde criteria worden gesteld (paragraaf 4.3.1). Daaruit kan mijns inziens worden afgeleid dat de belastingrechter geen betekenisvol onderscheid ziet tussen beide type uitingen. Dat neemt niet weg dat tussen beide uitingen weliswaar overeenkomsten bestaan, maar ook verschillen. Welke gezichtspunten brengt dat mee om al dan niet een onderscheid te maken voor toepassing van het vertrouwensbeginsel?
4.3.6.1 Overeenkomsten4.3.6.2 Verschillen4.3.6.3 Argumenten om (g)een onderscheid te maken