Einde inhoudsopgave
Voorlichting door de Belastingdienst in rechtsstatelijke context (FM nr. 177) 2022/4.3.4
4.3.4 Criterium (ii) dispositievereiste
Mr. dr. T.A. Cramwinckel, datum 29-07-2022
- Datum
29-07-2022
- Auteur
Mr. dr. T.A. Cramwinckel
- JCDI
JCDI:ADS661302:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Organisatie Belastingdienst
Voetnoten
Voetnoten
De term ‘dispositievereiste’ is afkomstig van Konijnenbelt 1975, p. 104. In de literatuur en rechtspraak komen diverse varianten voor, zoals nadeelvereiste, dispositie-eis, schadevereiste, (vervolg)schade, voortbouwingsschade, schade-element, dispositie-element. De Hoge Raad gebruikt overigens zelden de term “dispositievereiste” (bijv. HR 14 juni 2000, nr. 35275, BNB 2000/330, r.o. 3.4).
Het tweede criterium van het ‘dispositievereiste’1 vormt in de rechtspraak van de afgelopen decennia een forse inperking van de beschermende werking van het vertrouwensbeginsel bij voorlichting. Na een korte bespreking van de ontwikkeling van het dispositievereiste (paragraaf 4.3.4.1) bespreek ik zijn huidige invulling sinds BNB 2022/10 (paragraaf 4.3.4.2 e.v.).
4.3.4.1 Het dispositievereiste sinds BNB 1979/3114.3.4.2 Herziening van het dispositievereiste in BNB 2022/104.3.4.3 Het dispositievereiste: drie elementen4.3.4.4 Ratio dispositievereiste: waarom als criterium gesteld?4.3.4.5 Kanttekeningen bij het dispositievereiste als criterium