Einde inhoudsopgave
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/7.6.4
7.6.4 Staatsinrichting Id 1945-1968
Th.E.M. Wijte, datum 08-01-2024
- Datum
08-01-2024
- Auteur
Th.E.M. Wijte
- JCDI
JCDI:ADS977089:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Staatsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden van 29 december 1954, Stb. 1954, nr. 596.
KB van 28 mei 1954, Stb. 1954, nr. 244 (Herziening staatsinrichting).
C.J. Franssen & J. van Zwijndregt, Beknopt leerboek der staatsinrichting van Nederland, 13e druk, Groningen: Wolters 1948.
J. Schrijvers, Beknopt overzicht van staatsinrichting van het Koninkrijk der Nederlanden, Culemborg: Stam 1952.
C. Franssen & J. van Zwijndregt, Beknopt leerboek der staatsinrichting van Nederland (en Statuut en Grondwet), 20e herz. druk, door A.J. Schouwenaar, Groningen: Wolters 1960.
C. de Ru, Inrichting en werking van onze staatkundige samenleving I en II, Leiden: SK 1954, 1957. In gebruik op het St. Canisiuscollege in 1960/61, als opvolger van Franssens (Franssen.W)/Van Zwijndrecht (dregt.W), Beknopt Leerboek der staatsinrichting, Groningen: Wolters (In boekenlijst: Inrichting en werking van onze staatskundige samenwerking).
Ibid. I., p. V.
Oriënterende gesprekken vinden in Doorn plaats op 31 oktober 2000 en 3 september 2001.
C. de Ru, ´Staatsinrichting bij VWO en HAVO´, Kleio 1967, 81, p. 11 e.v.
Ibid. I, p. 11.
Ibid. I, p. V.
Ibid. I, p. VII-VIII.
Ibid. I, p. 1-3.
Ibid. I, p. 4.
Ibid. I, p. 5.
Gesprek op 31 oktober 2000 ten huize van De Ru te Doorn.
Schrijver dezes zette zijn eerste stappen in de staatsinrichting deel I op het Canisiuscollege te Nijmegen met als historicus-docent, de latere Tilburgse hoogleraar Dr. J.A. Bornewasser.
C. de Ru, Inrichting en werking van onze staatkundige samenleving, II, Leiden: StenfertK 1957, V.
Ibid. II, p. V.
Ibid. II, p. V.
Ibid. II, p. 42-45.
C. de Ru 1967, p. 11.
A.W. Huizer, ´Inrichting en werking van onze staatkundige samenleving door De Ru´, VOS-M 1962, 64, p. 14.
S. Bartlema & M. Huizer, Nederland, een rechtsstaat I, Haarlem: Stam 1959.
B.H. Schoonenberg, ´Een leerboek, dat de populariteit in ruime kring geniet, is het ten volle waard, VOS-M 1967, 86, p. 21-23.
KB van 28 mei 1954, Stb. 1954, nr. 244.
Curs.W. Ibid, p. 5.
Ibid., p. 6.
W. Koops & H. Franssen, Ons staatsbestel in kort bestek, Groningen: WoltersN 1962, schrijven: ’Nederland is naar de staatsvorm een parlementair gecontroleerde constitutionele monarchie, bovendien is het naar de regeringsvorm een democratie’ (p. 11).
De uitgave was bij mij in gebruik (1974-77) op SG. Nebo/Mariënbosch/Gabriëlcollege te Nijmegen/Mook.
Er worden geen nieuwe uitgaven staatsinrichting gedrukt tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het uitgeven van leerboeken is eind jaren veertig na de papierschaarste geleidelijk op gang gekomen (Bijlage VIb). Met de komst van het KB van 1954 met onder meer wijzigingen voor staatsinrichting door het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden1 en voor recht door een algemene inleiding verandert het hbs-curriculum.2 Hierna geef ik een korte schets van enige uitgaven.
Franssen & Van Zwijndregt, Beknopt leerboek der staatsinrichting van Nederland.3
Bijgevoegd is het Handvest van de Verenigde Naties (1945). Het beknopt leerboek behandelt de volksvertegenwoordiging, het tot stand komen van een wet, de ministers en de ministeriële verantwoordelijkheid, de uitvoerende macht, de Koning, de Justitie en de decentralisatie. De Verenigde Naties beslaan een apart hoofdstuk. Een overzicht van de geschiedenis van onze Staatsregeling, benevens vragen ter algemene herhaling completeren de uitgave. Als bijlagen zijn opgenomen: Gemeentebladen, Provinciale bladen, Koninklijke boodschap, Ontwerp van wet, memorie van toelichting, voorlopig verslag, memorie van antwoord, nota van wijzigingen, verslag van de commissie van rapporteurs, Handelingen en Staatsblad.
Schrijvers, Beknopt overzicht van de staatsinrichting van het Koninkrijk der Nederlanden.4Serie bedrijfskunde, staatsrecht en sociale wetgeving
Bedoeld voor de MTS en scholen met weinig uren voor staatsinrichting. De monarchie is een regeringsvorm (Nu eens trefzeker. W). Provincie, gemeente en waterschap krijgen gerichte aandacht in onze gedecentraliseerde eenheidsstaat (p. 49-57).
Franssen & Van Zwijndregt, Beknopt leerboek der staatsinrichting van Nederland.5
Het beknopt leerboek is geheel herzien. Bijlagen en krantenberichten zijn vernieuwd; het aantal vragen is uitgebreid. Nieuw is het deel II over de internationale rechtsorde (p. 154-178). Het Statuut en de Grondwet zijn bijgevoegd. Hoofdstuk 2 en 3 behandelen de volksvertegenwoordiging, hoofdstuk 4 het tot stand komen van een wet (p. 28-45), hoofdstuk 5 de ministers, de ministeriële verantwoordelijkheid en de Raad van State (p. 45-62). De uitvoerende macht (p. 62-72) staat in hoofdstuk 6 en de rechterlijke macht als ’Justitie’ (p. 76-90) in hoofdstuk 8.
De Ru, Inrichting en werking van onze staatkundige samenleving I
In 1955 verschijnt De Ru's Inrichting en werking van onze staatkundige samenleving, deel I, bestemd voor de derde klas hbs-a en -b. In 1957 volgt deel II voor de vierde en vijfde klas hbs-a.6:
De Ru ziet als ‘één van de problemen van de methodiek van staatsinrichting […] het feit dat het onderwijs in klas 3 voor een deel eindonderwijs is, terwijl het voor de klassen 4 en 5 h.b.s.-A een inleiding vormt. Hoewel deze toestand dateert uit de Duitse bezettingstijd, bestaat er geen leerboek dat hiermede rekening houdt. Er laten zich diverse manieren denken de bezwaren […] te ondervangen, maar wèlke methode men ook kiest, zij vertoont altijd de gebreken van een compromis’.7 De Ru is uitgegaan van het hbs-leerplan 1954.8 Zo is in deel 1 de Raad van State opgenomen: ‘Van belang is het oefenen in het hanteren van de Grondwet en het kritisch leren lezen van constitutionele teksten’.9 Daarnaast plaatst De Ru het ius constitutum (geldend recht) boven het ius constituendum (komend recht).10 De vragen bevorderen het denkend lezen naar de zienswijzen van Stellwag.11
Inrichting en werking I: heuristische methode
Deel I omvat dertien hoofdstukken. De Grondwet is bijgevoegd.12 De leerstof bevat kernaspecten van de constitutionele monarchie en het parlementair stelsel. De inleiding kent de machtenscheiding. Het curriculum is staatsrechtelijk (trias politica), staatsgewoonterechtelijk (parlementaire vertrouwensregel) en politicologisch (the balance of powers).13 De inleiding bevat de totstandkoming van een wet en geeft de indeling in organen (deel I) en functies (deel II). De Ru kiest voor de regering, volksvertegenwoordiging en rechterlijke macht in deel I en het bestuur, de wetgeving en de rechtspraak in deel II. Desalniettemin heeft hij hiertegen twee bezwaren. Ten eerste is de trias politica niet scherp doorgevoerd en ten tweede zijn deze functies en organen verwant.14 In de vragen bij de inleiding komt dit terug: ‘Noem twee belangrijke punten, waarin de staatsinrichting afwijkt van de trias politica […]’ en ‘Wat is ervoor te zeggen, het volk een aandeel te geven in de wetgevende macht?’15 Hem stond een methode voor ogen met de opname van de Staat, organen en functies op heuristische, zelfontdekkende wijze.16 Hiermee breekt hij met de traditie, waarin de Grondwet en de voornaamste organieke wetten centraal staan. De Ru I is op veel scholen vele jaren in gebruik.17
Inrichting en werking II: historische staatsinrichting en partijwezen
Deel II voor hbs-a (1957) opent met: ‘Waar zij daartoe aanleiding gaf, werd [deze] geplaatst in het licht der algemene staatsleer. Grensgebieden met economie […] zijn niet gemeden’.18 Geschiedenis en het partijwezen komen aan bod.19
Deel II behandelt meer dan de exameneis.20 Het bevat de functionele staatsinrichting (afdeling A) en staatkundige en parlementaire zaken (afdeling B). Hoofdstuk acht bevat de trias politica met: onderscheiding van functies, scheiding der organen en machtsevenwicht, gevolgen van de trias politica in de VS, materiële onderscheiding en functie en orgaan. Dit achtste hoofdstuk is in kleine letter geschreven.21
De trias politica is uit didactische overwegingen klein gedrukt. Later merkt De Ru op dat ‘voor de systematiek van staatsinrichting de trias politica het beste uitgangspunt is. Men moet zich hoeden voor modesnufjes in plaats van de didactisch beproefde […] trias politica’.22 De onderwerpen Staatkundige samenleving op wereldniveau en Europese integratie zijn vernieuwd. De methode is besproken in VOS-Mededelingen.23
Bartlema & Huizer, Nederland, een rechtsstaat I 1959.24 De methode is concentrisch.25 Deel 1 bevat meer dan vereist is.26 Dit deel is ook voor mms geschikt. De opzet is gericht op het doordringen van de rechtsstaatgedachte: ‘Er wordt wel eens positief gesteld hetgeen voor geleerden […] een bron van controversen is’.27 Na de inleiding (p. 9) volgen acht hoofdstukken en de Grondwet. De machtenscheiding (séparation des pouvoirs) staat in de inleiding. In par. 4 eerste hoofdstuk, ‘Nederland, een constitutionele monarchie’ is ‘de gematigde regeringsvorm’ geplaatst tegenover ‘de despotische regeringsvorm’ (p. 18) en in par. 5, ‘Nederland, een democratische monarchie’, is Nederland als ‘parlementair-constitutionele monarchie en daarom tevens een democratie’ gekenschetst (p. 20). Voor de juridische fijnproever: ‘Bij een conflict tussen Staten-Generaal en ministers is in theorie het laatste woord bij de kiezers, doch in de praktijk bij de Staten-Generaal. Dit is de kern van het regeringssysteem, dat men het parlementaire stelsel noemt’ (p. 71).
Deel II Staatsinrichting voor scholen met uitgebreid staatsinrichtingsprogramma
In deze derde druk wordt ‘de verhoogde politieke belangstelling die de laatste tijd […] te constateren valt’ benoemd.28 Edoch opgemerkt zij dat ‘in 1917 opkomstplicht is ingevoerd; stemplicht kennen wij niet’ (p. 58). De passage over het kiesstelsel (p. 57-58) kan de vraag oproepen of een districtenstelsel evenredige vertegenwoordiging uitsluit. En wat te vinden van: ‘Van 1952-1956 kennen we een ministerie voor publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie’ (p. 164). Bedoeld is in het kabinet-Drees III een minister zonder portefeuille voor publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie (PBO).
Als overzichtsuitgave van staatsinrichting voor het vak geschiedenis is verschenen:
Koops & Franssen, Ons staatsbestel in kort bestek
Blijkens het voorbericht is het doel van het onderwijs in de staatsinrichting ‘het schetsen van de hoofdzaken van ons staatsbestel [in] uiterste beknoptheid […]’.
De trias politica is bij Grondbegrippen beschreven.29 Voor het eerst is een literatuurlijst opgenomen.30
Alvorens de leerboeken staatsinrichting vanaf 1968 te presenteren volgen enige mulo-uitgaven die bij het vak geschiedenis in omloop zijn.