Einde inhoudsopgave
Rechtsgevolgen van toetsing van wetgeving (SteR nr. 1) 2010/II.3.3.2.2
II.3.3.2.2 De toepassing van de wet als voorwerp van nietigverklaring
Joost Sillen, datum 01-07-2010
- Datum
01-07-2010
- Auteur
Joost Sillen
- JCDI
JCDI:ADS589514:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
In tal van arresten daarvóór week het Hof reeds impliciet van zijn opvatting af. Zie bijv. de dicta van BVerfG 24 juni 1958, 8 E 51 (1. Parteispenden-Urteil), 52; BVerfG 27 april 1959, 9 E 268 (Bremer Personalvertretung), 268; BVerfG 8 juni 1960, 11 E 168 (Taxi-Beschluß), 169.
BVerfG 30 oktober 1963, 17 E 155, 163. Sachs 1979, p. 390, nt. 11, noemt dit arrest – ten onrechte – in een opsomming van arresten, waarin het Hof uitspreekt, dat nietigverklaringen slechts kunnen zien op delen van de tekst van de wet.
Schlaich & Korioth 2007, nr. 386.
Zulks in navolging van Skouris 1973, p. 92-95.
Sommige schrijvers menen dat ook verfassungskonforme Auslegung een vorm van kwalitatieve nietigverklaring is (bijv. Schlaich & Korioth 2007, nr. 446-447 en Skouris 1973, p. 108-109). Het Hof deelt die opvatting niet, zoals blijkt uit BVerfG 30 januari 1985, 69 E 1 (Kriegsdiensverweigerung II), 55: ‘Eine Norm ist [...] nur dann für nichtig zu erklären, wenn keine nach anerkannten Auslegungsgrundsätzen zulässige und mit der Verfassung zu vereinbarende Auslegung möglich ist [...]. Lassen der Wortlaut, die Entstehungsgeschichte, der Gesamtzusammenhang der einschlägigen Regelungen und deren Sinn und Zweck mehrere Deutungen zu, von denen jedenfalls eine zu einem verfassungsgemäßen Ergebnis führt, so ist eine Auslegung geboten, die mit dem Grundgesetz in Einklang steht’. De kwalificatie van verfassungskonforme Auslegung als een vorm van interpretatie heeft gevolgen voor de bevoegdheid van de gewone rechter, zoals blijkt uit BVerfG 12 februari 1992, 85 E 329, 333-334: een prejudiciële toetsingsvraag aan het Hof is niet-ontvankelijk als de gewone rechter de wet ook grondwetsconform had kunnen interpreteren. Zou grondwetsconforme uitleg een vorm van nietigverklaring zijn, dan zou de gewone rechter daartoe niet bevoegd zijn.
Sachs 1979, p. 391-392. Vgl. Vogel 1988, p. 219-221.
Bijv. BVerfG 8 februari 1977, 43 E 291 (Numerus Clausus II), 294.
Bijv. BVerfG 14 november 1961, 13 E 206, 206, waarin het Hof een belastingvoorschrift nietig verklaart voor zover het terugwerkende kracht heeft.
Bijv. BVerfG 27 oktober 2004, 114 E 1 (Übertragung von Lebensversicherungsverträgen), 2.
Enkele maanden na het Speiseeis-Beschluß verlaat het Hof echter expliciet de opvatting dat het slechts woorden van een voorschrift nietig kan verklaren:1
‘Bei der Entscheidung über die Frage, ob eine Vorschrift [...] mit einer Vorschrift des Grundgesetzes vereinbar ist, kann der Umfang der Prüfung nicht beliebig eingeschränkt werden. Voraussetzung einer Einschränkung der Prüfung im Normenkontrollverfahren ist, daß die zu prüfende Vorschrift oder die als Prüfungsmaßstab dienende Vorschrift nach ihrem Wortlaut und Sinngehalt zwischen verschiedenen Tatbeständen (beispielweise zwischen verschiedenen Personenkreisen) unterscheidet.’2
De omvang van een nietigverklaring moet volgens het Hof worden beperkt tot de bestanddelen (Tatbeständen) van het aangevallen voorschrift of van het voorschrift waaraan het lagere voorschrift wordt getoest. Om twee redenen volgt daaruit dat een nietigverklaring zich niet hoeft te beperken tot (delen van de tekst) van het aangevallen van het voorschrift, zoals het Hof eerder van oordeel was.
Allereest kan de omvang van de nietigverklaring worden begrensd door de bestanddelen van het voorschrift waaraan het Hof toetst. Die bestanddelen hoeven niet tot uitdrukking te komen in (delen van) de tekst van het voorschrift dat door de nietigverklaren wordt getroffen.
Echter, ook als het Hof de omvang van de nietigverklaring niet begrenst aan de hand van de bestanddelen van het voorschrift waaraan het toetst, maar aan de hand van de bestanddelen van het getoetste voorschrift zelf, hoeft het Hof zich blijkens de hiervóór geciteerde overweging niet te beperken tot nietigverklaring van woorden van het voorschrift. Volgens het Hof kunnen bestanddelen van het voorschrift immers niet alleen tot uitdrukking komen in de woorden (Wortlaut), maar ook in de betekenis (Sinngehalt) van het voorschrift.
Nietigverklaring hoeft zich volgens het Hof dus niet (meer) te beperken tot woorden van het onrechtmatige voorschrift. Het kan ook een voorschrift nietig verklaren voor zover de toepassing van dat voorschrift in strijd is met een hogere norm. Het Hof verklaart in zo’n geval ‘die Norm nicht in bestimmten Textteilen oder Worten, sondern für bestimmte, im Normtext nicht gesondert ausgewiesene Fallkonstellationen für nichtig’.3
Zo’n nietigverklaring wordt in de Duitse literatuur een kwalitatieve nietigverklaring genoemd; een begrip dat tegenover kwantitatieve nietigverklaring staat, dat het aantal woorden van een wettelijk voorschrift vermindert.4
Het Hof past kwalitatieve nietigverklaringen toe in tal van gevallen.5 Sachs noemt drie hoofdcategorieën.6 Het Hof maakt daarvan gebruik als het gewraakte voorschrift slechts onrechtmatig is jegens een groep personen,7 gedurende een bepaalde periode,8 of om de nietigverklaring te beperken tot het beoordeelde geval.9 Met name die laatste categorie van kwalitatieve nietigverklaringen roept in de literatuur kritiek op.