De agenda en het agenderingsrecht bij kapitaalvennootschappen
Einde inhoudsopgave
De agenda en het agenderingsrecht bij kapitaalvennootschappen (VDHI nr. 176) 2022/3.3.4.9.b:3.3.4.9.b De wettelijke gemeenschap van goederen
De agenda en het agenderingsrecht bij kapitaalvennootschappen (VDHI nr. 176) 2022/3.3.4.9.b
3.3.4.9.b De wettelijke gemeenschap van goederen
Documentgegevens:
mr. E.J. Breukink, datum 15-04-2022
- Datum
15-04-2022
- Auteur
mr. E.J. Breukink
- JCDI
JCDI:ADS649808:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Bij een niet ontbonden huwelijksgemeenschap is van belang wie met het bestuur van de goederen van de gemeenschap is belast. In art. 1:90 lid 2 BW is bepaald dat het bestuur over een goed onder meer omvat de uitoefening van de daaraan verbonden bevoegdheden, daaronder begrepen de bevoegdheid tot beschikking en tot beheer van het goed. Als gezegd omvat het beheren van aandelen het al dan niet uitoefenen van het daaraan verbonden agenderingsrecht. Voor aandelen op naam die in de huwelijksgemeenschap zijn gevallen, bepaalt art. 1:97 lid 1 BW dat de echtgenoot op wiens naam de aandelen staan of die de aandelen krachtens erfopvolging bij versterf, making, lastbevoordeling of gift heeft verkregen, tot het bestuur bevoegd is. Deze echtgenoot is dus bevoegd het agenderingsrecht uit te oefenen. Op grond van art. 1:93 BW kan bij huwelijkse voorwaarden worden afgeweken van art. 1:97 BW. Zo kan bijvoorbeeld worden bepaald dat in afwijking van art. 1:97 BW het bestuur van de aandelen toekomt aan de echtgenoten gezamenlijk of aan de andere echtgenoot. In het verlengde hiervan lijkt het mij ook mogelijk om in de huwelijkse voorwaarden te bepalen dat slechts een deel van het beheer over de aandelen (zoals de uitoefening van het agenderingsrecht) toekomt aan de echtgenoten gezamenlijk of aan de andere echtgenoot. De rechtbank kan op grond van art. 1:91 BW op verzoek van de andere echtgenoot aan deze het exclusieve bestuur over de aandelen opdragen. Ten aanzien van aandelen die niet in de wettelijke gemeenschap van goederen vallen, geldt dat de echtgenoot bevoegd is tot het bestuur van zijn eigen goederen (art. 1:90 lid 1 BW). Vanaf het tijdstip dat een wettelijke gemeenschap van goederen is ontbonden, geldt titel 3.7 BW. Wat betreft het agenderingsrecht geldt dan hetgeen ik hiervoor onder par. 3.3.4.9.a schreef.