Fiscaal overgangsbeleid
Einde inhoudsopgave
Fiscaal overgangsbeleid (FM nr. 131) 2009/9.5.1.1:9.5.1.1 Oorzaken
Fiscaal overgangsbeleid (FM nr. 131) 2009/9.5.1.1
9.5.1.1 Oorzaken
Documentgegevens:
dr. M. Schuver-Bravenboer, datum 01-02-2009
- Datum
01-02-2009
- Auteur
dr. M. Schuver-Bravenboer
- JCDI
JCDI:ADS412597:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht (V)
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Staatsrecht / Wetgeving
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het is eerder regel dan uitzondering dat ná de aankondiging van een wetsvoorstel en de indiening van het wetsvoorstel bij de Tweede Kamer nog aanpassingen worden aangebracht in de tekst van het wetsvoorstel. Hieraan liggen verschillende oorzaken ten grondslag. De belangrijkste oorzaak is dat de wetgever niet slechts bestaat uit de indieners van het wetsvoorstel – in de regel de minister en de staatssecretaris van Financiën – doch mede uit de leden van de Eerste en Tweede Kamer. Met name de invloed van de leden van de Tweede Kamer is bij de parlementaire behandeling van het wetsvoorstel van belang. De kamerleden worden hierbij niet slechts gedreven door eigen opvattingen en motieven. Met name de lobby van belangengroepen heeft soms een belangrijke invloed.1
Voorts wordt in de Amerikaanse literatuur over de economische aspecten van fiscaal overgangsbeleid erop gewezen dat tijdens de behandeling van een wetsvoorstel vaak met name de aandacht wordt gevestigd op de nadelige gevolgen ervan voor de belastingplichtige.2 Door te focussen op de nadelige gevolgen van een wetswijziging, kan een begunstigend overgangsregime noodzakelijk lijken, terwijl bij een objectieve beoordeling van de achtergronden en de gevolgen van het wetsvoorstel daartoe wellicht minder noodzaak bestaat.
Ongeacht de oorzaak die aan een aanpassing ten grondslag ligt, hebben aanpassingen dikwijls een sneeuwbaleffect. Indien versoepelingen immers niet binnen de – eventueel – beschikbare budgettaire ruimte kunnen worden aangebracht, zullen op een ander onderdeel aanscherpingen moeten volgen. Een aanscherping brengt vervolgens weer de vraag met zich in welk overgangsregime daarvoor moet worden voorzien.