Het akkoord
Einde inhoudsopgave
Het akkoord (O&R nr. 60) 2011/2.4.6:2.4.6 Gevolgen van een gehomologeerd akkoord
Het akkoord (O&R nr. 60) 2011/2.4.6
2.4.6 Gevolgen van een gehomologeerd akkoord
Documentgegevens:
Mr. A.D.W. Soedira, datum 25-02-2011
- Datum
25-02-2011
- Auteur
Mr. A.D.W. Soedira
- JCDI
JCDI:ADS444863:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Art. 153 lid 2 sub 2 Fw.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Op de rechtsgevolgen van een gehomologeerd akkoord wordt in hoofdstuk 6 uitvoerig ingegaan. In art. 340 Fw wordt een aantal artikelen betreffende het akkoord in faillissement van overeenkomstige toepassing verklaard. Ik volsta derhalve thans met een enkele opmerking. Art. 340 lid 3 Fw verklaart de artt. 163 en 164 Fw van overeenkomstige toepassing. De wetgever maakt op dit punt een vergissing. De artt. 163 en 164 Fw handelen immers over de preferente schuldeisers. Op grond van voornoemde artikelen dient voor de voldoening van hun vorderingen zekerheid te zijn gesteld op straffe van niet- homologatie van een akkoord.1 In faillissement en surseance staan preferente schuldeisers buiten een akkoord. In verband met de wettelijke rangregeling dienen zij te zijn voldaan, althans dient voor de voldoening van hun vorderingen zekerheid te zijn gesteld, voordat een akkoord kan worden aangeboden. In de schuldsaneringsregeling raken echter ook preferente schuldeisers aan een akkoord gebonden. In tegenstelling tot faillissement en surseance hoeft voor de voldoening van hun vorderingen niet eerst zekerheid te worden gesteld. Bij de herziening van de Faillissementswet dient art. 340 lid 3 Fw op dit punt te worden aangepast.