Einde inhoudsopgave
De bij dode opgerichte stichting (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2020/6.3.3.1
6.3.3.1 Drie argumenten vóór het verbod en één uitzondering
mr. T.F.H. Reijnen, datum 01-09-2020
- Datum
01-09-2020
- Auteur
mr. T.F.H. Reijnen
- JCDI
JCDI:ADS232270:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Erfrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Wellicht dat men zou denken dat ook sprake zou kunnen zijn van doeloverschrijding. Dat is echter niet het geval. Om te beginnen kan een beroep op doeloverschrijding alleen gedaan worden door de stichting jegens een wederpartij. Bij de verwerping van een making is geen sprake van een wederpartij. Verder geldt dat het doel van de stichting niet zal zijn, het zijn van erfgenaam of legataris. Het doel zal abstract zijn (zie 4.3.2.1). Dat doel verandert niet door verwerping van de making. Sterker nog, wellicht is het juist de bedoeling dat de stichting als ‘sterfhuis’ wordt gebruikt (zie 7.4.2.2).
Zoals hiervoor al opgemerkt, ben ik beïnvloed door het Duitse recht bij mijn overtuiging dat een bij dode opgerichte stichting erfrechtelijke bevoordelingen door de erflater/oprichter toegekend aan die stichting, niet mag verwerpen. Mijn argumenten voor het niet mogen verwerpen van erfrechtelijke bevoordelingen door de erflater/oprichter ontleen ik echter niet aan het Duitse recht, maar aan het Nederlandse recht. Uitdrukkelijk herhaal ik hier dat de hierna aan te voeren argumenten niet zonder meer gelden voor een niet door de erflater bij dode opgerichte stichting.
Voor mijn stelling zie ik de volgende argumenten: de wil van de stichting, het recht op uitvoering van de uiterste wilsbeschikkingen en het doel als last.1 Ik laat elk van deze argumenten de revue passeren.
6.3.3.1.1 Het eerste argument: de wil van de stichting6.3.3.1.2 Het tweede argument: het recht op uitvoering van de uiterste wilsbeschikking6.3.3.1.3 Het derde argument: het doel als last6.3.3.1.4 De uitzondering op de verplichting tot aanvaarding van bevoordelingen6.3.3.1.5 Wat als de erfrechtelijke begunstiging toch wordt verworpen