De autonomie van de leraar
Einde inhoudsopgave
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/2.4.2:2.4.2 Noodzaak van pedagogische autonomie
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/2.4.2
2.4.2 Noodzaak van pedagogische autonomie
Documentgegevens:
J.S. Buiting, datum 07-02-2024
- Datum
07-02-2024
- Auteur
J.S. Buiting
- JCDI
JCDI:ADS949326:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De autonomie die aan de individuele leraar toekomt, wordt ook wel pedagogische autonomie genoemd. Zoals geschetst in § 2.3.3 is de leraar de vakinhoudelijke deskundige waar het gaat om het geven van onderwijs. Op basis hiervan beschikt hij qualitate qua over autonomie.1 Noorlander schrijft terecht dat de leraar als deskundige en pedagoog dient te beschikken over een zekere mate van vrijheid bij het kiezen van onderwijsmethoden, de interpretatie van leerplannen en de beoordeling van leerlingen.2 Ook de Onderwijsraad stelt dat de leraar ruimte nodig heeft om zijn verantwoordelijkheid voor goede onderwijskwaliteit waar te kunnen maken.3 De onderwijspraktijk is veeleisend en vaak ingewikkeld. Van de leraar wordt verwacht dat hij de verschillende onderwijsdoelen kan vervullen en daarbij rekening houdt met de bijzondere behoeften van individuele leerlingen. De leraar dient in de klas snel in te kunnen spelen op verschillende situaties waarvan de uitkomst soms moeilijk te voorspellen is. De Onderwijsraad schrijft verder dat er geen protocollen zijn voor het juist en effectief handelen in een dergelijk complexe, dynamische en onvoorspelbare beroepspraktijk. Het is aan de leraar om de situatie in te schatten en een eigen keuze te maken. Rux schrijft eveneens dat een zekere mate van autonomie voor de leraar noodzakelijk is, omdat de leraar in concrete situaties in de klas maatregelen moet kunnen nemen.4 Het is volgens hem nauwelijks voorstelbaar dat de school haar educatieve missie zou kunnen uitvoeren als de leraar niet zelf zou kunnen reageren op de behoeften van zijn leerlingen. Net als professionele autonomie ontstaat pedagogische autonomie dan ook omdat een zekere mate van autonomie noodzakelijk is, zodat de leraar zijn kennis en kunde kan toepassen bij het geven van onderwijs.