Niet-betaling in de btw
Einde inhoudsopgave
Niet-betaling in de btw (FM nr. 152) 2018/4.3.4.5.3:4.3.4.5.3 Geldige titel
Niet-betaling in de btw (FM nr. 152) 2018/4.3.4.5.3
4.3.4.5.3 Geldige titel
Documentgegevens:
dr. mr. B.G.A. Heijnen, datum 01-03-2018
- Datum
01-03-2018
- Auteur
dr. mr. B.G.A. Heijnen
- JCDI
JCDI:ADS492942:1
- Vakgebied(en)
Invordering / Algemeen
Omzetbelasting / Algemeen
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Ik doel hierbij op het civielrechtelijke leveringsbegrip.
Asser/Bartels & Van Mierlo 3-IV 2013/230-231 en aldaar aangehaalde jurisprudentie. Zie voor de leveringshandeling paragraaf 4.3.4.5.5.
Zie uitvoerig Rongen 2012, p. 1620 e.v.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Voor een rechtsgeldige overdracht is allereerst vereist dat de levering1 op basis van een geldige titel geschiedt. Wordt een vordering geleverd zonder een daaraan ten grondslag liggende titel, dan komt geen overdracht tot stand. Onder een geldige titel wordt verstaan de rechtsgrond die aan een overdracht ten grondslag ligt en deze rechtvaardigt. De rechtsgrond zal doorgaans voortvloeien uit een overeenkomst tussen de partijen tussen wie overdracht moet plaatsvinden.2 Bij cessie van het recht op teruggaaf zou de titel dus (kunnen) luiden: ‘de verbintenis ontstaan door koopovereenkomst welke verplicht tot overdracht van het recht op teruggaaf ex art. 29 lid 1 Wet OB 1968’. Art. 3:84 lid 2 BW stelt als voorwaarde dat bij de titel het vorderingsrecht met voldoende bepaaldheid moet zijn omschreven. Deze voorwaarde is wat ongelukkig geformuleerd, aangezien in plaats van ‘titel’, ‘leveringshandeling’ moet worden gelezen.3 Voor een rechtsgeldige cessie is derhalve vereist dat het te cederen vorderingsrecht met voldoende bepaaldheid door de akte van cessie wordt omschreven. Van voldoende bepaaldheid (in het kader van de leveringshandeling) is sprake als naar objectieve maatstaven (eventueel achteraf) kan worden vastgesteld welke vorderingen worden overgedragen. Met dit vereiste wordt in de rechtspraktijk soepel omgesprongen.4 Het komt mij voor dat een aanduiding als ‘alle vorderingen uit hoofde van art. 29 lid 1 Wet OB 1968 die bij de overdrager zullen opkomen’ voldoende is om een rechtsgeldige overdracht te kunnen bewerkstelligen.