Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken
Einde inhoudsopgave
Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken (FM nr. 180) 2024/12.4.1.4:12.4.1.4 Het verdere verloop van het bewijsvoeringsproces bij boetes
Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken (FM nr. 180) 2024/12.4.1.4
12.4.1.4 Het verdere verloop van het bewijsvoeringsproces bij boetes
Documentgegevens:
mr. drs. A. Heidekamp, datum 13-10-2023
- Datum
13-10-2023
- Auteur
mr. drs. A. Heidekamp
- JCDI
JCDI:ADS940479:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht (V)
Fiscaal procesrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
In deze zin, binnen het kader van de vermoedens als bewijsmiddel voor de boete (en de ontzenuwing daarvan): HR 28 juni 2013, V-N 2013/32.7, BNB 2013/207, r.o. 3.5.3.
Het gaat er in de boetesfeer om dat er ten minste ‘reasonable doubt’ ontstaat, zie paragraaf 13.3.5.2.
Zie voor de sfeer van de boete ook paragraaf 12.3.4.1.
Zie paragraaf 7.3.7.4.2.
Zie paragraf 12.4.1.3.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Heeft de inspecteur eenmaal voldoende bewijs aangedragen om de centrale stellingen naar de vereiste gradatie (‘beyond reasonable doubt’) te onderbouwen, dan komt de bal bij de boeteling te liggen en volgt de bewijsvoering de reguliere procesbeschrijving zoals ik die in paragraaf 7.3.7.4.2 heb gegeven.1 De boeteling kan de in eerste instantie bewezen stellingen van de inspecteur (net zoals in de sfeer van de heffing) bestrijden door de bewijsgradatie aan te vallen2 of door het tegendeel te bewijzen. De bewijslevering kan in voorkomende gevallen echter wel degelijk beperkt blijven, namelijk wanneer de boeteling de gestelde feiten ter onderbouwing van de centrale stellingen expliciet erkent, niet of onvoldoende weerspreekt of erin berust.3 Ook dan gelden die feiten in fiscale zin immers als vaststaand en zal de rechter deze ook als zodanig moeten respecteren.4 Of met de betreffende feiten ook daadwerkelijk het bewijs van de centrale stellingen is geleverd, is voorwerp van de ambtshalve toetsing door de rechter.5