Ongerechtvaardigde verrijking en onverschuldigde betaling als bronnen van verbintenissen
Einde inhoudsopgave
Ongerechtvaardigde verrijking en onverschuldigde betaling als bronnen van verbintenissen (O&R nr. 80) 2014/5.3.9:5.3.9 Conclusie
Ongerechtvaardigde verrijking en onverschuldigde betaling als bronnen van verbintenissen (O&R nr. 80) 2014/5.3.9
5.3.9 Conclusie
Documentgegevens:
mr. S.R. Damminga, datum 07-11-2013
- Datum
07-11-2013
- Auteur
mr. S.R. Damminga
- JCDI
JCDI:ADS497558:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Overige verbintenissen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Zowel het objectieve betalingsbegrip van de heersende leer als het subjectieve betalingsbegrip dat door Scheltema wordt verdedigd, leidt niet altijd tot de gewenste uitkomsten. Bij het objectieve prestatiebegrip worden de gewenste uitkomsten wel in tweepartijenverhoudingen bereikt, maar niet altijd in meerpartijenverhoudingen. Door het subjectieve prestatiebegrip worden zowel in tweepartijenverhoudingen als in meerpartijenverhoudingen niet altijd de personen aangewezen die zouden moeten terugbetalen of kunnen terugvorderen.
Bij beide varianten van het betalingsbegrip worden deze resultaten veroorzaakt door een uitleg van het betalingsbegrip die het toepassingsbereik van artikel 6:203 beperkt. Deze beperking past niet bij de functie van de vordering uit onverschuldigde betaling in de systematiek van het Burgerlijk Wetboek. Met de vordering uit onverschuldigde betaling dient een gebrekkige rechtsverhouding tussen bepaalde partijen te kunnen worden afgewikkeld. Het betalingsbegrip moet op deze functie worden afgestemd.
Ik meen dat de gewenste uitkomsten wel worden bereikt als een ruimer prestatiebegrip wordt aanvaard. De partijen tussen wie een rechtsverhouding moet worden afgewikkeld, vallen dan altijd onder het bereik van artikel 6:203. Het zij direct toegegeven dat het prestatiebegrip dan soms ook een partij aanwijst als ontvanger terwijl zij niet een prestatie hoeft terug te geven. En ik onderken ook dat het prestatiebegrip dan soms een partij aanwijst als degene die de prestatie heeft verricht terwijl het onwenselijk is dat zij terugbetaling kan vorderen. Dit betekent echter niet dat deze partijen ook altijd verplicht zijn om terug te betalen of dat zij terugbetaling kunnen vorderen. Een prestatie kan immers alleen worden teruggevorderd als een rechtsgrond ontbreekt. Ik zal daarom een genuanceerde invulling van het begrip ‘rechtsgrond’ voorstellen. Aan de hand daarvan kunnen de gewenste uitkomsten worden bereikt.
Men zou het ook als volgt kunnen zeggen. Het prestatiebegrip is een eerste criterium om vast te stellen tussen wie een vermogensverschuiving heeft plaatsgevonden waardoor een ongerechtvaardigde verrijking heeft plaatsgevonden ten koste van een verarmde. Aan de hand van het normatieve begrip rechtsgrond moet vervolgens de vraag worden beantwoord of de prestatie kan worden teruggevorderd. Het begrip rechtsgrond dient er dan niet alleen toe omaan te geven of een verplichting tot terugbetaling ontstaat, maar ook om aan te geven tussen wie deze afwikkeling dient plaats te vinden.
Voor de uitbreiding van het prestatiebegrip kan het prestatiebegrip van de heersende leer als uitgangspunt worden genomen. Het prestatiebegrip van de heersende leer voldoet immers in alle tweepartijenverhoudingen, terwijl in slechts enkele meerpartijenverhoudingen niet de juiste personen worden aangewezen. Een beperkte aanpassing van de wijze waarop het gangbare begrip prestatie wordt ingevuld, zou al tot de juiste uitkomsten kunnen leiden. Deze aanpassing kan volgens mij worden bereikt door te aanvaarden dat zowel het verrichten als het ontvangen van een prestatie kan worden toegerekend aan andere partijen dan de partijen die deze handelingen verrichten. Voor deze toerekening dient een rechtvaardiging te bestaan, zoals een handeling van de persoon aan wie wordt toegerekend. In de volgende paragraaf onderzoek ik wanneer toerekening kan plaatsvinden. In de paragraaf die daarop volgt (par. 5.5), onderzoek ik welke invulling moet worden gegeven aan het begrip rechtsgrond dat past bij een dergelijk prestatiebegrip.