Uitbesteding van werk en (on)gelijke behandeling
Einde inhoudsopgave
Uitbesteding van werk en (on)gelijke behandeling (MSR nr. 87) 2024/4.7.4.2:4.7.4.2 Loon en pensioeninkomen als platform uitlenend werkgever is
Uitbesteding van werk en (on)gelijke behandeling (MSR nr. 87) 2024/4.7.4.2
4.7.4.2 Loon en pensioeninkomen als platform uitlenend werkgever is
Documentgegevens:
M.A.C. Keijzer, datum 01-01-2024
- Datum
01-01-2024
- Auteur
M.A.C. Keijzer
- JCDI
JCDI:ADS943546:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Arbeidskrachten die in deze categorie vallen, worden ingeleend door de gebruikers van het platform en moeten dus worden betaald conform hetgeen in dit hoofdstuk is bepaald ten aanzien van uitzenden of payrolling.
Als de gebruiker van een uitlenend platform een onderneming is, zal de arbeidskracht recht hebben op dezelfde beloning als werknemers van die onderneming die vergelijkbaar werk doen. Als dergelijke werknemers ontbreken bij de gebruiker, moet worden gekeken naar het loon van arbeidskrachten die vergelijkbaar werk doen in de sector. Als de gebruiker een particulier is, lijkt dit echter niet op te gaan. Art. 8 en 8a Waadi spreken immers van een recht op dezelfde arbeidsvoorwaarden als de werknemers in gelijke of gelijkwaardige functies in de inlenende onderneming en anders op die van werknemers in gelijke of gelijkwaardige functies in de sector van de onderneming.1 Als een particulier een arbeidskracht inleent van een platform, lijkt dus op basis van de wet niet de beloning betaald te hoeven worden die werknemers in de sector ontvangen voor vergelijkbaar werk, bijvoorbeeld zoals vastgelegd in de sector-cao. Als de uitzend-cao op het platform van toepassing is, is de kans groot dat de platformwerker als niet-indeelbare uitzendkracht wordt aangemerkt.
Helpling is in de rechtspraak als uitzendbureau aangemerkt en, zoals eerder toegelicht, acht ik sinds die rechtspraak goed mogelijk dat Charly Cares ook een uitzendbureau is. De inleners zijn dan echter particulieren. Omdat de arbeidskrachten via een uitzendbureau werken, gaat de Regeling dienstverlening aan huis niet op. Het loonverhoudingsvoorschrift lijkt echter evenmin te gelden.
Tussen deze arbeidskrachten en arbeidskrachten die in dezelfde sector voor een niet-particuliere inlener gaan werken, bestaat ongelijke behandeling ten aanzien van de beloning. Het uitlenend platform, de werkgever, is echter een professionele onderneming. De verplichting tot gelijke beloning en deelname aan een (gelijkwaardige) pensioenregeling zou niet op het bordje van de particulier terechtkomen, maar moet door het platform als werkgever worden bewerkstelligd. Dit kan een eventuele loonstijging en werkgeversbijdrage voor pensioen wel in het tarief voor gebruikers doorberekenen. Dat doet hooguit de kosten voor de inlener stijgen, maar de flexibiliteit dat het inlenen hen biedt, blijft behouden. Daarom is, gezien de aard en context van de activiteiten van het platform en de gerechtvaardigde verwachtingen van inleners van online platformen, een afwijkend beloningsbeleid niet noodzakelijk voor het bereiken van legitieme doelstellingen. Ongelijke beloning van de arbeidskracht en arbeidskrachten die vergelijkbaar werk doen in de sector is dus geen gerechtvaardigd personeelsbeleid van het uitlenend platform. Daaraan doet niet af dat de platformwerker door een particulier wordt ingeleend.
Vermoedelijk heeft de wetgever niet verwacht dat inleners particulier zouden kunnen zijn. De platformeconomie heeft dit echter zeer reëel gemaakt. Als aanbeveling geldt dan ook de Waadi zo aan te passen dat door particulieren ingeleende platformwerkers ook recht hebben op dezelfde beloning als werknemers die in de sector vergelijkbaar werk doen. Dit kan bijvoorbeeld in lid 2 van art. 8 en 8a Waadi tot uitdrukking worden gebracht.
Wat betreft het pensioen zal het platform als uitlenend werkgever onder de verplichtstelling van StiPP vallen als de uitlening als uitzenden kwalificeert.