Een Nederlandse personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid: wenselijk?
Einde inhoudsopgave
Een Nederlandse personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid (IVOR nr. 81) 2011/6.6.2:6.6.2 Belastingplichtige onder de Wet IB 2001
Een Nederlandse personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid (IVOR nr. 81) 2011/6.6.2
6.6.2 Belastingplichtige onder de Wet IB 2001
Documentgegevens:
mr.drs. I.S. Wuisman, datum 13-01-2011
- Datum
13-01-2011
- Auteur
mr.drs. I.S. Wuisman
- JCDI
JCDI:ADS395591:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Stevens, L.G.M. (2005), `Basisboek Belastingen', Deventer: Kluwer, blz. 145.
Duuren, T.P. van (2004), 'De positie van de Nederlandse BV ten opzichte van haar buitenlandse equivalenten en de Europese BV', Ondernemingsrecht 2004/1-2, blz. 4-10.
Stevens, L.G.M. (2005), supra noot 219, blz. 148.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Artikel 2 lid 1 Wet 113 2001 bepaalt wie aan de heffing van de inkomstenbelasting wordt onderworpen. Dit zijn alle natuurlijke personen die in Nederland wonen of die niet in Nederland wonen maar wel Nederlands inkomen genieten. Hieronder vallen zowel ondernemers als particulieren. Bij ondernemers kan men denken aan individuele personen die een onderneming drijven, maar ook aan samenwerkingsverbanden.1 De wettelijke gedachte is dat de winst, die door de onderneming wordt gegenereerd, wordt toegerekend aan de natuurlijke persoon die in voldoende mate bij de onderneming is betrokken. Indien een aantal natuurlijke personen-ondernemers een samenwerking aangaan, zal er in het algemeen aanleiding zijn om de winsten uit de gezamenlijke onderneming rechtstreeks toe te rekenen aan de achterliggende personen-ondernemers. Iedere vennoot drijft als het ware zijn eigen onderneming, met een eigen ondernemingsvermogen. De personenvennootschappen zelf; zijn dan in beginsel geen belastingsubject voor de vennootschapsbelasting: zij zijn fiscaal transparant.2 Slechts in bijzondere gevallen is de samenwerkingsvorm als zodanig van belang. Met name is dit het geval voor de heffing van de omzetbelasting. Daarbij geldt de samenwerkingsvorm zelf als belastingplichtige ondernemer.3