De Europese Executoriale Titel
Einde inhoudsopgave
De Europese Executoriale Titel (BPP nr. III) 2005/4.5.2:4.5.2 Zekerheidstelling
De Europese Executoriale Titel (BPP nr. III) 2005/4.5.2
4.5.2 Zekerheidstelling
Documentgegevens:
Mr. M. Zilinsky, datum 02-03-2005
- Datum
02-03-2005
- Auteur
Mr. M. Zilinsky
- JCDI
JCDI:ADS381877:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Rapport-Jenard, Artikel 38 EEX-Verdrag.
Kropholler (2002), p. 465.
HvJ EG 27 november 1984, 258/83, Jur. 1984, p. 3971, NJ 1985, 622, Brennero/Wendel, r.o. 13.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Art. 46 lid 3 EEX-Vo kent aan de rechter de bevoegdheid toe om het exequatur onder zekerheidstelling mogelijk te maken. Hiervan zal de rechter gebruikmaken indien de partij tegen wie de tenuitvoerlegging is gevraagd, aantoont dat een hogere voorziening tegen de beslissing in de lidstaat van herkomst is aangewend dan wel een termijn daartoe nog openstaat. Bij de beoordeling van de vraag of het exequatur onder zekerheidstelling verleend moet worden, kan de rechter met alle omstandigheden van het geval rekening houden, waarbij de kans van slagen van het ingediende - dan wel in te dienen - rechtsmiddel en de gevolgen van de tenuitvoerlegging doorslaggevend moeten zijn. Art. 46 lid 3 EEX-Vo heeft tot doel de partij tegen wie de tenuitvoerlegging is gevraagd, voor de negatieve gevolgen van de eventuele vernietiging van de ten uitvoer te leggen beslissing te beschermen.1 Zou deze mogelijkheid niet bestaan en het exequatur worden verleend, dan zou de partij tegen wie de tenuitvoerlegging wordt doorgevoerd bij een vernietiging van de vreemde beslissing op basis van een onrechtmatige daadsactie dan wel op basis van een vordering uit ongerechtvaardigde verrijking de schade op de wederpartij kunnen verhalen.
In de Duitse jurisprudentie is de vraag gerezen of de exequaturrechter de tenuitvoerlegging van een vreemde beslissing onder een zekerheidstelling mag toestaan, ook al heeft de rechter in de lidstaat van herkomst de tenuitvoerlegging niet aan een zekerheidstelling verbonden.2 Mijns inziens is het niet noodzakelijk om te eisen dat de tenuitvoerlegging van de beslissing reeds in de lidstaat van herkomst aan een zekerheidstelling is gebonden. Is dit wel het geval, dan bestaat immers in de fase van de tenuitvoerlegging geen noodzaak om de debiteur door een zekerheidstelling te beschermen. Het eventueel door de tenuitvoerlegging ontstane nadeel kan reeds in de lidstaat van herkomst worden weggenomen. Het is juist de bedoeling om de debiteur - in geval van ontbreken van een zekerheidstelling in de lidstaat van herkomst - een extra bescherming te bieden.
De beslissing over de zekerheidstelling kan door de rechter die op het ingestelde rechtsmiddel oordeelt, niet worden gegeven, voordat een beslissing op het rechtsmiddel is gegeven 3 Het HvJ EG heeft gemeend dat voordat er een beslissing is gegeven op het rechtsmiddel, aan de verzoeker een mogelijkheid openstaat om voorlopige maatregelen te treffen ten aanzien van de goederen van de partij tegen wie de tenuitvoerlegging is gevraagd. Nadat de rechter een beslissing op het rechtsmiddel heeft gegeven, komen de voorwaarden voor het treffen van voorlopige maatregelen ingevolge art. 47 EEX-Vo te vervallen. In dat geval kunnen de belangen van de partij tegen wie de tenuitvoerlegging is gevraagd, een extra bescherming door de zekerheidstelling rechtvaardigen.4