Einde inhoudsopgave
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/9.6
9.6 Burgerschapskwalificaties: kennis, vaardigheden en minima moralia
Th.E.M. Wijte, datum 08-01-2024
- Datum
08-01-2024
- Auteur
Th.E.M. Wijte
- JCDI
JCDI:ADS976935:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Staatsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Peschar & Wesselingh 1995, p. 235.
Zie: C. Klaassen e.a., 1999.
Wijte 2005, p. 47-60; C. Klaassen 1981, Snik 1990, Bruin-Raven e.a. 2016, M. Taal & A. Dudink, ‘Persoonlijkheidsontwikkeling: socialisatie en individuatie’, in: Span e.a. (red.) 1987 en Biesta 2015, p. 150-176.
De Jager & Mok 1974, p. 191;´Scholier zakt voor burgerschap´ en ’Scholieren scoren slecht op burgerschap´, Trouw 21 juni 2012,´Burgerschap is belangrijk, maak er een schoolvak van’, Trouw 5 juli 2012,´Burgerschap met bestaand vak te leren´, Trouw 18 juli 2012.
Van der Hoek e.a. 2012.
J.C. Sneep, ´Staatsburgerlijke vorming, te vondeling gelegd?´, Intermediair 29 mei 1970, 21, p. 17-21; TG,´3 vragen aan Maurice Adams, hoogleraar Democratie en Rechtsstaat UvT over ‘constitutionele geletterdheid', Didactief 2013, 6, p. 13, Nieuws: ’Europese Commissie presenteert aanpak om rechtsstaat te beschermen’, NJB 2014, 11, p. 750, Nieuws: ´Vijf moties aangenomen na Eerste Kamerdebat over de rechtsstaat´, NJB 2014, 12, p. 823, H. Bruning, ’Overheid ziet burgers niet voor vol aan´, Trouw 3 juni 2014, Staatsblad. Recht op een eerlijk proces (Motie-Lokin-Sassen (CDA) c.s.) (Het verankeren van de waarborg van rechtsbescherming op grondwettelijk niveau), NJB 6 april 2018, p. 971-972 (Wet van 21 februari 2018, Stb. 2018, nr. 88, Kamerstukken II 2017/ 18, 34517).
Klaassen 1981, p. 30 e.v.
Gemmeke 1998, p. 102 e.v.; Vis 1995, p. 5 e.v.
Zie ook: M. van Dijk, ´Is het hoogste politieke recht ook een plicht?´, Trouw 12 mei 2010. Vermeld is de afschaffing van de stemplicht in 1970, bedoeld is de opkomstplicht en J-A. Janssen, ´Referenda zullen de democratie ondermijnen´, Trouw 1 maart 2016.
C. Klaassen & Huwaë 2006.
Burgerschapskwalificaties stellen burgers in staat te participeren. Daarom dient burgerschapsvorming aandacht te besteden aan de gelijkheid en universaliteit, maar ook aan de diversiteit, specificiteit en speciale behoeften van groepen en (sub)gemeenschappen.1 Naast de kernopdracht om leerlingen te socialiseren2 en te kwalificeren voor de participatie in de democratische rechtsstaat en de samenleving, hebben scholen de opdracht om interferend aandacht te besteden aan persoonsvorming.3 Voor een geslaagde burgerschapsvorming moet er niet alleen aandacht zijn voor het doelgerichte curriculum, maar ook voor het zogenaamde verborgen curriculum.4 Daarnaast moet burgerschapsvorming niet alleen aan bod komen bij de maatschappelijke vakken, maar het gehele schoolcurriculum doordesemen.5 Als gezegd, zijn socialisatie en kwalificatie voor de arbeidsmarkt primaire doelen van het funderend onderwijs.6 ‘Ze vormen een manifeste en latente beïnvloeding door politieke en sociale omgevingsfactoren van de persoonsvorming’, stelt Klaassen.7 Hierdoor worden de leerlingen voorbereid op hun politieke betrokkenheid. Het is de bedoeling dat ze belangstellende en participerende kiezers en sociale burgers worden.8 Het kiesrecht is immers het hoogste politieke recht en ik zie het als een morele plicht ervan gebruik te maken.9 Leerlingen moeten zich daarvoor laten scholen.10
9.6.1 Kennisbasis politieke betrokkenheid: belangstelling en participatie