Einde inhoudsopgave
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/3.15.0
3.15.0 Introductie
Th.E.M. Wijte, datum 08-01-2024
- Datum
08-01-2024
- Auteur
Th.E.M. Wijte
- JCDI
JCDI:ADS977039:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Staatsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Ontwerp-OWVO, 8453, nr. 2, ingediend bij koninklijke boodschap van 13 januari 1966 (Kamerstukken II 1965/66, 8453, nr. 1), mvt (8453, nr. 3) en bijlage bij de mvt met een overzicht van de inhoud van te ontwerpen AMvB’s voor de inrichting van het onderwijs (8453, nr. 4). In mei 1966 komt een nota van verbeteringen (Kamerstukken II 1965/66, 8453, nr. 5); vgl. Van der Zijden 1966, p. XIV.
VOS-M 1966, 81, p. 4-5.
Ibid., p. 4-5.
Ibid., p. 10. Tussen 22 maart en 1 mei verschijnen de artikelen Televisie schiet tekort wat betreft politieke voorlichting (N.R.C.), Stop de Mammoet (VN), Het belang van het staatsinrichtingonderwijs (AD), De staatsburger dreigt minderjarig te blijven (DGA).
VOS-M 1966, 81, p. 4-5.
Ibid., p. 5.
Ibid., p. 5.
Ibid., p. 5.
Voornemen geschiedenis en staatsinrichting op atheneum combineren
Ingevolge artikel 124, tweede lid, Wvo treedt deze in werking op een nader bij Wet te bepalen tijdstip. Onder andere hiervoor is het ontwerp-OWvo begin 1966 aanhangig gemaakt.1 Het wetsvoorstel bevat voorstellen tot wijziging van artikel 7, derde lid, Wvo. Eén wijziging is het combineren op atheneum van staatsinrichting en geschiedenis, wat voor de V.O.S. onaanvaardbaar is.
Staatsburgerlijke vorming in een apart vak
De V.O.S.-jaarvergadering (april 1966) keurt dit ‘onzalige’ voorstel unaniem af. De overweging is dat de staatsburgerlijke vorming gediend is met een apart bevoegd gegeven vak. Men wijst het onderbrengen bij geschiedenis af. Daarover bestaat geen enkele twijfel: ‘De ervaringen met staatsinrichting bij geschiedenis op het gymnasium zijn ronduit ongunstig’.2 De ALV wenst onder geen beding een herhaling van zetten door een depreciatie van het vak staatsinrichting bij geschiedenis. Ter vergadering legt het bestuur genoegzame verantwoording af over het gevoerde beleid: ‘Vóór de indiening van het ontwerp is er bestuurlijk overleg geweest op het ministerie. Vervolgens zijn in een rekest de ernstige bezwaren, maar ook de oplossingen kenbaar gemaakt. Dit alles blijft in een vertrouwelijke sfeer. De Raad van Leraren is hierover geïnformeerd. Ondertussen is ook overlegd met fractiewoordvoerders, andere Kamerleden en de vaste commissie OKW’.3
Staatsinrichting als apart vak op atheneum behouden
In korte tijd zijn ‘de nodige publicaties verschenen in de landelijke dagbladen over de noodzaak van het behoud van het vak staatsinrichting en de staatsburgerlijke vorming […]. Er is een brede maatschappelijke betrokkenheid bij deze kwestie’.4 Het bestuur intensiveert de gesprekken met de commissie voor OKW en brengt medio 1966 haar ‘ernstige bezwaren’ naar voren over het onderbrengen op het atheneum van staatsinrichting bij geschiedenis.5 Het maakt ‘deze bezwaren’ ook kenbaar bij de regering en het parlement. Uit de rondvraag blijkt het V.O.S.-bestuur het onderbrengen van het vak recht bij economische wetenschappen eveneens ‘onbevredigend’ te achten en het bewerkstelligen van een positieverandering moeizaam.6 Nu staatsinrichting op het atheneum onder vuur ligt, is positiewijziging voor recht minder relevant. Het is nog maar de vraag of de positie van staatsinrichting op atheneum de politieke vuurproef doorstaat.
Verplichting staatsinrichting noodzaak
V.O.S.-bestuurslid Schoonenberg pleit met kracht van argumenten voor de handhaving van het vak staatsinrichting op atheneum. Hij wil de neerwaartse spiraal, waarin staatsinrichting zich bevindt, ombuigen en vindt de kennis van en het respect voor de democratische instellingen al langer onder de bevolking ‘niet getuigen van interesse en betrokkenheid’.7 Hij benadrukt de kennis van de functie en werking van de staatsinstellingen en wijst op het verplichten door de wetgever van staatsinrichting, ‘ingeval [hij] er […] prijs opstelt de […] jeugd staatsburgerlijk te vormen door bevoegde docenten’.8