Regres bij concernfinanciering
Einde inhoudsopgave
Regres bij concernfinanciering (VDHI nr. 156) 2019/2.6.1:2.6.1 Drempel(loos)regresstelsel?
Regres bij concernfinanciering (VDHI nr. 156) 2019/2.6.1
2.6.1 Drempel(loos)regresstelsel?
Documentgegevens:
mr. drs. C.H.A. van Oostrum, datum 01-01-2019
- Datum
01-01-2019
- Auteur
mr. drs. C.H.A. van Oostrum
- JCDI
JCDI:ADS592107:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Europees ondernemingsrecht
Verbintenissenrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De regresgerechtigde kan regres nemen op zijn medeschuldenaren vanaf het gedeelte dat hij boven zijn eigen aandeel in de schuld heeft voldaan. Oftewel, de drempel van het eigen aandeel moet zijn overschreden voordat de aangesproken hoofdelijke schuldenaar de mogelijkheid heeft om regres te nemen. De regresgerechtigde kan dan verhaal halen op zijn medeschuldenaren tot het gedeelte dat een regresplichtige schuldenaar aangaat in de schuld. Of de mogelijkheid tot regresneming en de geleverde bijdrage van alle medeschuldenaren in een redelijke verhouding tot elkaar staan, hangt in het huidige Nederlandse regresstelsel ook af van de schuldeiser. Hierin schuilt een potentiële onredelijkheid. Wanneer de schuldeiser namelijk niet de gehele schuld vordert, maar slechts een deel, leidt dit mogelijk tot onredelijke verhoudingen tussen de schuldenaren.1
Ter verduidelijking een voorbeeld. A en B zijn hoofdelijk verbonden schuldenaren jegens schuldeiser C voor een bedrag van € 200. A en B zijn beide draagplichtig en ook de omvang van hun draagplicht is gelijk. Nu wordt A door C aangesproken voor een bedrag van € 90. A moet C hierin voldoen zonder dat A een regresrecht toekomt, aangezien hij niet boven zijn eigen aandeel heeft voldaan. Zou A voor € 120 zijn aangesproken door C, dan zou A na betaling hiervan een regresvordering ad € 20 hebben op B.
In dit voorbeeld kan A regres nemen vanaf het gedeelte dat hij boven zijn aandeel in schuld heeft voldaan en dit is vanaf € 100. Oftewel, de drempel van € 100 moet worden geslecht voordat er sprake kan zijn van regres. A kan bij betaling van € 120 aan C, B aanspreken tot het gedeelte dat B aangaat, namelijk € 100. Dit betekent dat bij een betaling van € 120 door A aan C, A een regresvordering heeft op B ad € 20. Wanneer C besluit niet de gehele schuld te delgen, leidt dit tot onredelijke uitkomsten. Immers, A en B zijn in hun onderlinge verhouding voor een gelijk deel draagplichtig, maar in de bovenstaande voorbeelden is het gedelgde deel van de schuld alleen of voornamelijk ten laste van het vermogen van A gekomen. Hierbij beïnvloedt de externe schuldeiser de interne verhouding tussen de schuldenaren.
Hoe kan deze onredelijkheid worden geadresseerd? Mijns inziens door regres toe te staan vanaf het moment dat een gedeelte van de hoofdelijke schuld wordt gedelgd, ongeacht of dit gedeelte het eigen aandeel overstijgt. Een zogenaamd drempelloos regresstelsel zou in een dergelijk geval de onredelijkheid kunnen verzachten. In een drempelloos regresstelsel vindt na iedere betaling aan de schuldeiser door een hoofdelijk schuldenaar verrekening plaats tussen de draagplichtige schuldenaren naar evenredigheid van hun onderlinge draagplicht.2 Dit betekent dat op grond van het bovenstaande voorbeeld A na betaling van de door C gevorderde € 120 voor € 60 verhaal kan halen op B. Het zou onder omstandigheden raadzaam zijn om de mogelijkheid van een drempelloos regres op te nemen in een tussen partijen overeengekomen regresovereenkomst.