Burgerschap op orde
Einde inhoudsopgave
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/7.2.7:7.2.7 Leerplan mms 1935/Staatsinrichting op de mms 1949
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/7.2.7
7.2.7 Leerplan mms 1935/Staatsinrichting op de mms 1949
Documentgegevens:
Th.E.M. Wijte, datum 08-01-2024
- Datum
08-01-2024
- Auteur
Th.E.M. Wijte
- JCDI
JCDI:ADS977278:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Staatsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Ministeriële beschikking van 22 februari 1935, nr. 3310, afd. V.H.M.O.
D.J. Steyn Parvé, ’Middelbaar onderwijs voor meisjes’, De Economist, dl 1, 1870, p. 23.
Chr. Ligtenberg, ’De plaats van de mms II’, Weekblad 1908/09, 5, p. 1170.
Wet van 2 april 1948, Stb. 1948, No. I 127.
KB van 17 juni 1949, Stb. 1949, No. J 256. De bekostiging voor de bijz. hbsen en mmsen is op 95% gebracht, later op 99% en in 1956 volgt de volledige bekostiging.
Besluit van 2 juli 1949, Stb. 1949, nr. 298.
Curs.W. De terminologie wijkt af van de hbs-eis.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Uniform leerplan 1935: staatsinrichting bij geschiedenis
Voor het mms-diploma met civiel effect moeten mms'en het verplichte leerplan en de basistabel volgen.1 Veel scholen volgen sinds 1870 Steyn Parvés leerplan met moderne talen, aardrijkskunde, geschiedenis, boekhouden en staathuishoudkunde.2 Het in par. 5.9.6 beschreven uniform mms-leerplan van 1935 omvat dezelfde vakken, waaronder staatswetenschap met één facultatief uur in de examenklas. Staatsinrichting blijft bij geschiedenis. In 1909 stelt mms-docent Ligtenberg voor om staatswetenschap vast te leggen voor de vervolgopleiding tot (hoofd)onderwijzeres of het hbs-(staats)examen.3
Leerplannen 1948 en 1949: vijf minuten examen staatsinrichting
In 1948 verschijnt een nieuw mms-leerplan.4 In 1949 zijn voor de moderne talen, aardrijkskunde en geschiedenis een Reglement met lessentabel der openbare mms-en5 en een Programma voor de eindexamens der openbare mms-en vastgelegd.6 De tabel bestaat voor 60% uit verplichte vakken, 25% kunstvakken en 15% keuzevakken. Het mondeling examen, waarvan tenminste vijf minuten staatsinrichting, omvat de politieke en sociaaleconomische ontwikkeling van na 1813, hoofdlijnen van de beschavingsgeschiedenis na 1648 en de ‘wording, taak en betekenis der verschillende Staatsorganen’ (artikel 4 Progr.).7