Onwaardigheid
Einde inhoudsopgave
Onwaardigheid (AN nr. 182) 2023/2.7.8:2.7.8 Voorbeelden buiten de rechtspraak
Onwaardigheid (AN nr. 182) 2023/2.7.8
2.7.8 Voorbeelden buiten de rechtspraak
Documentgegevens:
mr. M. de Vries, datum 01-09-2023
- Datum
01-09-2023
- Auteur
mr. M. de Vries
- JCDI
JCDI:ADS859185:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Naast de situaties uit de rechtspraak die hiervoor zijn besproken, zijn er meer gevallen denkbaar waarin de derogerende werking van de redelijkheid en billijkheid met succes kan worden ingeroepen. Perrick noemt de volgende twee voorbeelden.
Ten eerste de situatie1 dat erflater het kind waarvan zijn vrouw zwanger was en dat door hem is verwekt, tot erfgenaam van zijn gehele nalatenschap heeft benoemd. Tijdens de zwangerschap van zijn vrouw overlijdt erflater. De vrouw laat zich vervolgens aborteren, zodat niet haar kind maar zijzelf de erfgenaam is. Het zou in dit geval onaanvaardbaar zijn als de vrouw als erfgenaam kan opkomen in de nalatenschap van haar man.2
Ik onderschrijf Perrick zijn conclusie in deze situatie. Het gaat hierbij niet om een geval dat de wetgever bewust buiten het bereik van artikel 4:3 BW heeft willen houden. Het ligt voor de hand, gelijk als bij de plaatsvervullende kleinzoon uit paragraaf 2.7.4, dat het gaat om een situatie die niet door de wetgever is voorzien. De gedraging is weliswaar niet rechtstreeks gericht tot de erflater, maar dat is bij de plaatsvervullende kleinzoon evenmin het geval. De uitzonderlijke omstandigheden van het geval rechtvaardigen geheel de conclusie dat het onaanvaardbaar is voor het rechtsgevoel dat de vererving plaatsvindt zoals de wet of het testament voorschrijft.
Het andere voorbeeld betreft een ernstig zieke man die weet dat hij spoedig zal overlijden. Hij is onvermogend, in tegenstelling tot zijn vrouw. Het echtpaar heeft geen kinderen. De man heeft een buitenechtelijke vriendin die hij zonder medeweten van zijn vrouw tot erfgenaam van zijn gehele nalatenschap heeft benoemd. De man is ervan op de hoogte dat slechts degene die is veroordeeld de erflater te hebben vermoord onwaardig is voordeel te genieten uit de nalatenschap van zijn slachtoffer. Om het vermogen van zijn vrouw bij zijn vriendin terecht te laten komen, vermoordt hij zijn vrouw en pleegt vervolgens zelfmoord. Het zou in dit geval volgens Perrick onaanvaardbaar zijn de man in de nalatenschap van zijn vrouw toe te laten.3
In mijn optiek verdient het de voorkeur om in deze situatie op grond van de uitspraak van de Roemeense erflater tot onwaardigheid te komen van de man. Artikel 4:3 lid 1 sub a BW dient hier verdragsconform te worden uitgelegd.4