Einde inhoudsopgave
Het schuldige geheugen? (SteR nr. 32) 2017/III.6.1.1.1
III.6.1.1.1 Afzonderingstheorie
mr. D.A.G. van Toor, datum 22-02-2017
- Datum
22-02-2017
- Auteur
mr. D.A.G. van Toor
- JCDI
JCDI:ADS458002:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
R. Gavison, ‘Privacy and the Limits of Law’, Yale Law Journal 1980, 3, p. 428.
R. Gavison, ‘Privacy and the Limits of Law’, Yale Law Journal 1980, 3, p. 428. Zie ook R.S. Gerstein, ‘Intimacy and Privacy’, Ethics 1978, 1, p. 76.
S.D. Warren & L.D. Brandeis, ‘The right to privacy’, Harv. L. Rev. 1890, 5, p. 196-198.
W.L. Prosser, ‘Privacy’, Cal. L. Rev. 1960, 3, p. 389, 392 e.v. Zie ook R.A. Wasserstrom, ‘Privacy: some arguments and assumptions’, in: F.D. Schoeman (ed.), Philosophical Dimensionsof Privacy: An Anthology, New York, NY: Cambridge University Press 1984, p. 330.
J. Rachels, ‘Why Privacy is Important’, Philosophy & Public Affairs 1975, 4, p. 333.
Gavison brengt het recht op respect voor privacy in verband met concepten als geheimhouding, anonimiteit en eenzaamheid.1 In Gavisons (formalistisch) privacyconcept zit derhalve een non-intrusion- en een seclusion-onderdeel. ‘[I]n perfect privacy no one has any information about X, no one pays anyattention to X, and no one has physical access to X’.2 In dit geval treedt een verlies van privacy op als iemand informatie over X verzamelt, aandacht aan hem besteedt of fysiek toegang tot hem en zijn ruimten heeft. Bij de afzonderingstheorie beschermt het recht op respect voor privacy de burger tegen inbreuken op het privédomein. Specifiek vindt dit plaats door bepaalde delen van en informatie over het leven van een persoon van de buitenwereld af te schermen door inmenging van derden in het privéleven te voorkomen. In deze uitwerking van privacy is elk (intiem of sociaal) contact met een ander een inbreuk op de privacy van beiden.
Verschillende redenen worden aangedragen waarom het afschermen van informatie belangrijk is voor een persoon. Warren & Brandeis richten zich vooral op het voorkomen van reputatieschade die publicatie van negatieve informatie met zich brengt en de daardoor veroorzaakte mentale pijn.3 Ook Prosser wijst op het belang van het recht op respect voor privacy om onder andere publicatie van embarrassing private facts te voorkomen.4 Door de nadruk te leggen op het geheimhouden van beschamende of kwetsende informatie, staat de deur echter wagenwijd open om positieve informatie over een persoon altijd te kunnen publiceren, terwijl het evident is dat (de meeste) personen ook niet willen dat alle goede eigenschappen en daden en positieve informatie met het grote publiek worden gedeeld. Rachels benadrukt daarom het belang van het beschermen van informatie waarvan men vindt dat die anderen niets aangaat.5 Informatie is onder meer non of your business als de mogelijkheid tot misbruik bestaat, ook al is de informatie in beginsel positief. Als voorbeeld geeft hij schaaklegende Bobby Fischer, die wedstrijden van tegenstanders in het geheim analyseerde om zich op die manier voor te bereiden op wedstrijden en toernooien. In de topsport is het afschermen van persoonlijke informatie een absolute noodzakelijkheid, anders kunnen tegenstanders leren van de analyses en hun spel daarop aanpassen en verbeteren. Dit betekent dan dat de analyses, die te danken zijn aan unieke capaciteiten van Fischer, door het gehele veld van schakers kunnen worden gebruikt. Dat Fischer zijn tegenstander grondig analyseert, schets een positief beeld van een toegewijde, getalenteerde topsporter. Maar zijn analyses gaan niemand wat aan en moeten derhalve worden afgeschermd van de buitenwereld. Overigens kan andersom ook de vraag worden gesteld of Fischers analyses de privacy van zijn tegenstanders schendt.
Kritiek op afzonderingstheorie