Het schuldige geheugen?
Einde inhoudsopgave
Het schuldige geheugen? (SteR nr. 32) 2017/III.5.4:III.5.4 Conclusie: de Guilty Knowledge Test in het licht van de menselijke waardigheid
Het schuldige geheugen? (SteR nr. 32) 2017/III.5.4
III.5.4 Conclusie: de Guilty Knowledge Test in het licht van de menselijke waardigheid
Documentgegevens:
mr. D.A.G. van Toor, datum 22-02-2017
- Datum
22-02-2017
- Auteur
mr. D.A.G. van Toor
- JCDI
JCDI:ADS459213:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
M.C. Nussbaum, Creating Capabilities: The Human Development Approach, Cambridge, MA: The Belknap Press of Harvard University Press 2011, p. 29.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De menselijke waardigheid is een vaag concept1 dat concretisering behoeft voordat het kan worden gebruikt als toetssteen voor opsporingsmethoden zoals de GKT. Hierboven is op basis van jurisprudentie van het EHRM, HRC en BVerfG beargumenteerd dat schendingen van de menselijke waardigheid zijn samen te vatten als inbreuk op ten minste een van de volgende drie kernonderdelen: intrinsieke eer,autonomie en gelijkheid. Op grond van de filosofische literatuur heb ik een min of meer gelijk kader opgesteld. Kort gezegd beschermt de menselijke waardigheid enerzijds het zelfrespect en anderzijds de onafhankelijke en persoonlijke beslissingsmogelijkheden van de mens, mede door hem gelijk te behandelen en gelijke mogelijkheden aan te bieden.
Voor de toetsing van opsporingsmethoden levert dit het volgende op: (1) vernederende behandelingen. Iemand wordt vernederd wanneer zijn zelfrespect, zijn intrinsieke eer wordt aangetast door het gebruik van (a) onnodig geweld; (b) niet-fysiek geweld of dwang waardoor de wil volledig wordt genegeerd en; (c) overige, niet-gewelddadige handelingen die vernederend zijn. Verder dient de overheid ervoor te zorgen dat de verdachte zich (2) autonoom kan gedragen, zowel in de zin van onafhankelijkheid als persoonlijkheid. Dit betekent dat (a) zijn wil niet volledig mag worden genegeerd bij het maken van keuzes over het openbaren van niet eerder geopenbaarde informatie, zoals een verklaring door foltering. Als laatste mag de verdachte (3) niet ongerechtvaardigd ongelijk worden behandeld. Dit houdt in dat opsporingsmethoden (a) niet discriminatoir worden ingezet en; (b) dat sprake moet zijn van voldoende gelijke wapenen die waarborgen dat het recht op respect op waardigheid-als-autonomie daadwerkelijke en effectief kan worden uitgeoefend. Deze onderdelen van het recht op respect voor menselijke waardigheid in het strafprocesrecht worden hieronder gekoppeld aan de drie kernelementen waarop neurogeheugendetectie mijns inziens moet worden beoordeeld. In hoofdstuk 4 zijn daarvoor (1) het biologischespoor (in de vorm van hersenactiviteit); (2) het cognitieve spoor (de herkenning) en; (3) de lichamelijke integriteit (het fixeren) onderscheiden.
III.5.4.1 IJkpunt intrinsieke eerIII.5.4.2 IJkpunt autonomieIII.5.4.3 IJkpunt gelijkheid