Einde inhoudsopgave
De intrekking van beschikkingen (SteR nr. 29) 2016/III.11.2.2.1
III.11.2.2.1 Artikel 4:48 Awb (intrekking subsidieverlening ex tunc)
B. de Kam, datum 01-03-2016
- Datum
01-03-2016
- Auteur
B. de Kam
- JCDI
JCDI:ADS375283:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Europees bestuursrecht
Bestuursrecht algemeen / Besluit (algemeen)
Bestuursrecht algemeen / Bestuursbevoegdheden
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 1993/94, 23700, nr. 3, p. 77.
CBb 9 november 1999, AB 2000/233 m.nt. Van der Veen en ABRvS 6 oktober 2004, JB 2004/372.
Vgl. art. 4:48 lid 1 aanhef Awb: ‘Zolang de subsidie niet is vastgesteld […]’.
ABRvS 7 juli 2011, AB 2011/277 m.nt. Den Ouden onder nr. 278.
Zie voor enkele voorbeelden CBb 8 mei 2012, ABKort 2012/213, ABRvS 5 maart 2003, AB 2003/167 en ABRvS 10 maart 2004, AB 2004/314 m.nt. Den Ouden onder nr. 315 (intrekking op grond van art. 4:48 lid 1 onder b Awb) en ABRvS 26 september 2000, JB 2000/321 (intrekking op grond van art. 4:48 lid 1 onder c Awb).
Het gaat dan om een beroep op een begrotingsvoorbehoud ingeval het geen activiteit betreft die ook in het voorgaande begrotingsjaar werd gesubsidieerd. Betreft het wel een activiteit die in het voorgaande begrotingsjaar werd gesubsidieerd, dan vindt intrekking plaats overeenkomstig art. 4:50 Awb. Zie art. 4:34 lid 4 Awb.
Zij het dat ook hier geldt dat niet snel wordt aangenomen dat een intrekking of wijziging in strijd is met dit artikel. Zie voor een voorbeeld waarin dit wel het geval was ABRvS 25 juli 2007, AB 2007/350 m.nt. Den Ouden. Het betrof een te late gereedmelding waarop door het college van b&w werd gereageerd met gehele intrekking van de subsidieverlening.
Art. 4:48 lid 2 Awb.
Kamerstukken II 1993/94, 23700, nr. 3, p. 77. De memorie van toelichting noemt daarnaast nog de situatie waarin de gesubsidieerde activiteiten pas op een later moment worden beëindigd.
In art. 4:48 Awb is de bevoegdheid tot intrekking van de beschikking tot subsidieverlening ex tunc neergelegd. Deze bevoegdheid is een aanvulling op het lager vaststellen van de subsidie op grond van het hiervoor besproken art. 4:46 lid 2 Awb. Art. 4:48 Awb voorkomt dat een bestuursorgaan in geval van onregelmatigheden, pas kan ingrijpen op het moment van de subsidievaststelling.1 Volstaan kan echter worden met toepassing van één van beide artikelen.2 Voorwaarde voor intrekking op grond van art. 4:48 Awb is wel dat deze moet plaatsvinden voordat de subsidie is vastgesteld.3 Indien de subsidie reeds is vastgesteld, kan van de bevoegdheid van art. 4:48 Awb geen gebruik meer worden gemaakt.4
De gronden voor intrekking komen grotendeels overeen met de gronden genoemd in art. 4:46 lid 2 Awb. Op deze plaats wordt dan ook volstaan met een verwijzing naar hetgeen hierover is opgemerkt in paragraaf 11.2.1.5 In aanvulling op art. 4:46 lid 2 Awb kan de subsidieverlening op grond van art. 4:48 lid 1 aanhef en onder e Awb worden ingetrokken indien een beroep wordt gedaan op een begrotingsvoorbehoud als bedoeld in art. 4:34 lid 5 Awb.6 Ook bij de intrekking op grond van art. 4:48 Awb geldt dat het bestuursorgaan het evenredigheidsbeginsel in acht moet nemen.7 De intrekking werkt in beginsel terug tot het moment van subsidieverlening, tenzij bij de intrekking of wijziging anders is bepaald.8 Bijvoorbeeld ingeval van handelen in strijd met een aan de subsidieverlening verbonden verplichting, kan voor gedeeltelijke terugwerkende kracht worden gekozen.9