Einde inhoudsopgave
Het pre-insolventieakkoord 2016/10.2
10.2 De procedure op hoofdlijnen
N.W.A. Tollenaar, datum 16-10-2016
- Datum
16-10-2016
- Auteur
N.W.A. Tollenaar
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Voetnoten
Voetnoten
Volgens artikel 368 lid 1 van het Voorontwerp is een rechtspersoon, dan wel een natuurlijk persoon die al dan niet in samenwerking met een of meer andere natuurlijke dan wel rechtspersonen een zelfstandig beroep of bedrijf uitoefent, bevoegd een akkoord aan te bieden. Ik zal de schuldenaar gemakshalve steeds aanduiden als “de schuldenaar” of “de vennootschap”.
Artikel 368 lid 2 Voortontwerp.
Artikel 369 en 370 Voorontwerp.
Artikel 371 lid 1 Voorontwerp.
Artikel 371 lid 2 Voorontwerp.
Artikel 371 lid 3 Voorontwerp.
Artikel 370 lid 2 Voorontwerp.
Artikel 372 lid 5 Voorontwerp.
Artikel 372 lid 2 Voorontwerp.
Artikel 372 lid 3 Voorontwerp.
Artikel 373 lid 1 jo. lid 3 Voorontwerp.
Artikel 373 lid 2 Voorontwerp.
Artikel 379 en 380 Voorontwerp.
Artikel 381 lid 1 Voorontwerp.
De procedure is samengevat als volgt. Bevoegd tot het aanbieden van een akkoord is ten eerste de vennootschap.1 In dat geval geldt geen financiële toegangsdrempel. Onder omstandigheden heeft ook een schuldeiser het recht om een akkoord aan te bieden. In dat geval geldt de eis dat de schuldeiser moet voorzien dat de schuldenaar met het betalen van zijn opeisbare schulden niet zal kunnen voortgaan.2
De aanbieder kan het akkoord aanbieden en daartoe een stemming organiseren zonder rechterlijke tussenkomst. Indien het akkoord zich richt tot crediteuren met verschillende juridische posities, stemmen de crediteuren in klassen en moet de aanbieder de crediteuren voor de stemming in aparte klassen onderbrengen.3 De aanbieder bepaalt in beginsel zelf wanneer de stemming plaats zal vinden, hoe de klassen worden samengesteld, of en hoe crediteuren hun vorderingen moeten indienen en hoe de stemprocedure eruit ziet.
Indien gewenst kan de rechter-commissaris worden verzocht zich uit te laten over de waardering van vorderingen, de juistheid van de klassenindeling, de deugdelijkheid van de voorgestelde stemprocedure en de vraag of voldoende informatie is verstrekt.4 De uitlating van de rechter-commissaris over een van deze onderwerpen is louter indicatief. De rechtbank is in het kader van de beoordeling van een verzoek tot algemeen verbindend verklaring aan deze uitlatingen van de rechter-commissaris niet gebonden. Bij een geschil over toelating tot de stemming bepaalt de rechter-commissaris of en tot welk bedrag een crediteur tot de stemming wordt toegelaten.5 Deze beslissing is wel bindend. Indien een uitlating of beslissing van de rechter-commissaris wordt gevraagd, vindt daartoe een mondelinge behandeling plaats.6
De vergadering waarop over het akkoord wordt gestemd, vindt plaats op een door de aanbieder te bepalen tijdstip, op een door de aanbieder bepaalde wijze (fysiek of elektronisch) en onder de regie van een door de aanbieder te bepalen voorzitter.7 Na de vergadering maakt de aanbieder zelf een verslag op van de uitslag van de stemming.8
Het akkoord is aangenomen indien alle klassen vóór hebben gestemd.9 Een klasse heeft voorgestemd, indien de gewone meerderheid van de crediteuren die aan de stemming heeft deelgenomen vóór heeft gestemd en deze meerderheid tenminste twee derde van het bedrag aan vorderingen vertegenwoordigt van de crediteuren die aan de stemming hebben deelgenomen.10
De aanbieder kan de rechtbank vervolgens verzoeken het akkoord algemeen verbindend te verklaren. Indien alle klassen vóór hebben gestemd, moet de rechter het akkoord in beginsel algemeen verbindend verklaren, tenzij (onder meer) de belangen van één of meer crediteuren “onevenredig worden geschaad” of “andere zwaarwegende redenen” zich daartegen verzetten.11 Indien niet alle klassen vóór hebben gestemd, kan de rechter het akkoord niettemin algemeen verbindend verklaren indien de rechtbank van mening is dat tegenstemmende klassen “niet in redelijkheid tot dat stemgedrag hebben kunnen komen” (tenzij zich een uitzonderingsgrond voordoet).12
Tegen de beslissing tot algemeen verbindend verklaring staat hoger beroep en cassatie open.13 Het akkoord treedt niet in werking, en kan niet worden uitgevoerd, dan nadat de beslissing tot algemeen verbindend verklaring in kracht van gewijsde is gegaan.14
De procedure oogt eenvoudig en compact (op de mogelijkheid van hoger beroep en cassatie na) en biedt een grote mate van flexibiliteit.