Het pre-insolventieakkoord
Einde inhoudsopgave
Het pre-insolventieakkoord 2016/10.6:10.6 Huurovereenkomsten
Het pre-insolventieakkoord 2016/10.6
10.6 Huurovereenkomsten
Documentgegevens:
N.W.A. Tollenaar, datum 16-10-2016
- Datum
16-10-2016
- Auteur
N.W.A. Tollenaar
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HR 11 juli 2014, NJ 2014/407 (ABN AMRO/Berzona) m.nt. F.M.J. Verstijlen.
Zie in dit verband ook T.H. Jackson, The Logics and Limits of Bankruptcy Law, Cambridge MA: Harvard University Press 1986, p. 108 e.v.
Ik laat in deze analyse buiten beschouwing de mogelijkheid dat de huurder zijn schadevordering op het pand met preferente status kan verhalen met inroeping van het recht van retentie. Voor het principe maakt dit echter niet uit.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De contractbeëindigingsmogelijkheid in het Voorontwerp geeft de schuldenaar een recht dat de curator of bewindvoerder op grond van artikelen 37 of 236 Fw, zoals deze naar aanleiding van het Berzona arrest1 moeten worden uitgelegd, niet heeft. Op grond van artikel 37 Fw heeft de curator de mogelijkheid om een overeenkomst wel of niet gestand te doen, maar heeft hij niet het recht om de overeenkomst te ontbinden of anderszins te beëindigen. Indien de curator de overeenkomst niet gestand doet, blijft de overeenkomst in beginsel bestaan. Bestaat de prestatie van de schuldenaar niet uit een actieve prestatie maar uit een dulden (bijvoorbeeld dulden dat de contractspartij een tot de boedel behorend goed gebruikt), dan kan de wederpartij de passieve prestatie van de schuldenaar blijven genieten als voorheen. De curator heeft niet de mogelijkheid om actief aan dat genot een einde te maken (actief wanprestatie te plegen). Dit levert een inconsistentie op met het systeem van insolventie.2 Anders dan in principe het geval zou moeten zijn, wordt de obligatoire aanspraak van de contractspartij op een prestatie die bestaat uit iets anders dan betaling van een geldsom (verschaffing van huurgenot) niet omgezet in een concurrente geldvordering die hetzelfde lot deelt als andere concurrente vorderingen. De huurder kan als concurrente crediteur bij wijze van uitzondering zijn obligatoire aanspraak onverkort blijven genieten als voorheen met voorbijgaan van andere concurrente crediteuren.
Is de schuldenaar eigenaar en verhuurder van een onroerend goed en is de contante waarde van de huurstroom lager dan de marktwaarde, dan zou de schuldenaar in het kader van een pre-insolventieakkoord, anders dan de curator op grond van 37 Fw, de huurovereenkomst in beginsel kunnen beëindigen. De schuldenaar is dan in staat de volle waarde van het goed ten behoeve van alle crediteuren te realiseren. De voormalige huurder verkrijgt een vordering tot schadevergoeding met concurrente status voor het verlies van zijn voordelige huurcontract. Dit is consistent met de principes van insolventie. De waarde die is gerealiseerd vrij van de waarde drukkende huurovereenkomst, kan gelijkelijk onder alle concurrente schuldeisers worden verdeeld, waaronder de voormalig huurder.3 De vraag hoe dit zich verhoudt tot het huurbeschermingsrecht laat ik hier rusten.