Fusies en overnames in de Europese BTW
Einde inhoudsopgave
Fusies en overnames in de Europese BTW (FM nr. 146) 2016/4.6.3:4.6.3 Onlichamelijke zaken
Fusies en overnames in de Europese BTW (FM nr. 146) 2016/4.6.3
4.6.3 Onlichamelijke zaken
Documentgegevens:
S.B. Cornielje, datum 01-03-2016
- Datum
01-03-2016
- Auteur
S.B. Cornielje
- JCDI
JCDI:ADS420622:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HvJ EG 7 september 2006, nr. C-166/5, V-N 2006/47.14 (Rudi Heger), HvJ EG 3 september 2009, nr. C-37/08, BNB 2010/44 (RCI Europe).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De overdracht van een onlichamelijke zaak, of meerdere onlichamelijke zaken (zoals overeenkomsten, licentierechten enzovoorts, is op zichzelf bezien het verlenen van een dienst, op basis van artikel 24 Btw-richtlijn (zie in dit verband paragraaf 5.5.4). Indien geen sprake zou zijn van een geruisloze overgang, zou het op basis van artikel 44 Btw-richtlijn, lidstaat B zijn waar de dienst wordt verricht. Daarbij lijkt het zeer onwaarschijnlijk dat de overdracht van een onlichamelijke zaak op basis van één van de uitzonderingen op de plaats van dienstregel elders zou zijn belast. Alleen artikel 47 Btw-richtlijn lijkt hier eventueel een uitzondering te kunnen vormen, indien de overdracht van een huurovereenkomst van een gehuurde onroerende zaak die in lidstaat A is gelegen zou kunnen worden aangemerkt als dienst met betrekking tot een onroerende zaak. Het Hof van Justitie lijkt inderdaad van oordeel dat artikel 47 Btw-richtlijn op die wijze moet worden uitgelegd.1
Die mogelijke uitzondering daargelaten zal het daarom in mijn voorbeeld zo zijn dat lidstaat A zich ervan heeft te vergewissen of de onlichamelijke zaken inderdaad deel uitmaken van een algemeenheid van goederen, en bepalen of, en zo ja, welke gevolgen dit heeft voor het aftrekrecht van X. Lidstaat B zal moeten bepalen of sprake is van een geruisloze overgang als gevolg waarvan heffing bij Y achterwege blijft. Hierbij zij opgemerkt dat toepassing van de geruisloze overgang tot gevolg heeft dat geen (leveringen en) diensten plaatshebben. Daarom zou kunnen worden gesteld dat de plaats waar de overdracht van onlichamelijke zaken die onderdeel zijn van een algemeenheid van goederen niet plaatsvindt in lidstaat B op basis van artikel 44 Btw-richtlijn.
Immers, de plaats van dienstregels vooronderstellen de verrichting van een dienst. Die vaststelling is op zichzelf juist, maar leidt niet tot een andere conclusie. Voor zover één van de betrokken lidstaten de stelling inneemt dat geen sprake is van een algemeenheid van goederen geldt vanuit die lidstaat bezien immers alsnog artikel 44 Btw-richtlijn. Daarmee is het in mijn voorbeeld uiteindelijk lidstaat B die het oordeel over toepassing van de geruisloze overgang zal moeten vellen.