Fusies en overnames in de Europese BTW
Einde inhoudsopgave
Fusies en overnames in de Europese BTW (FM nr. 146) 2016/4.6.1:4.6.1 Interpretatie- of implementatieverschil
Fusies en overnames in de Europese BTW (FM nr. 146) 2016/4.6.1
4.6.1 Interpretatie- of implementatieverschil
Documentgegevens:
S.B. Cornielje, datum 01-03-2016
- Datum
01-03-2016
- Auteur
S.B. Cornielje
- JCDI
JCDI:ADS419385:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HvJ EU 22 december 2010, nr. C-277/09, BNB 2011/213 (RBS Deutschland).
Zie bijvoorbeeld HvJ EG 7 december 2006, nr. C-240/05, V-N 2007/2.17 (Eurodental).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Ten eerste is het ondanks (of eigenlijk: dankzij) de harmonisatie van de Europese btw zeker niet denkbeeldig dat de lidstaten niet een gelijke invulling geven aan het Unierechtelijke begrip ‘overgang van een algemeenheid van goederen’. Het kan dus zeer wel voorkomen dat een overgang van een bundeling van lichamelijke en onlichamelijke zaken van lidstaat A naar lidstaat B, in A wel, maar in B niet wordt aangemerkt als een algemeenheid van goederen. Dit kan voortkomen uit een verschil in implementatie of interpretatie. Voor zover een dergelijk verschil in algemene zin leidt tot een voordeel van de belastingplichtige, bijvoorbeeld doordat lidstaat A volledige aftrek van voorbelasting toestaat omdat die lidstaat ervan uitgaat dat de overdracht een belaste overdracht is (of een combinatie van belaste leveringshandelingen en dienstverrichtingen), die belastbaar is in lidstaat B, terwijl lidstaat B de geruisloze overgang toepast, kan dit de belastingplichtige naar mijn idee op basis van het arrest RBS Deutschland, niet worden tegengeworpen.1 In de omgekeerde situatie – beperkte of geen aftrek in lidstaat A, en volledige heffing in lidstaat B – lijkt de belastingplichtige in beginsel achter het net te vissen.2
De praktijk zal veelal weerbarstiger zijn, aangezien het in veel gevallen niet slechts zal neerkomen op de vraag of lidstaat A en lidstaat B artikel 19 Btw-richtlijn wel of niet gelijk uitleggen. Om meer inzicht te krijgen in de kwesties die zich zullen voordoen bij grensoverschrijdende toepassing ga ik hierna op de afzonderlijke elementen uit mijn voorbeeld in (zie figuur 3). Ik ga ervan uit dat lidstaat A, B en C artikel 19 Btw-richtlijn geïmplementeerd hebben. Ook neem ik aan dat zowel X als Y belastingplichtige zijn. Ik bespreek eerst de roerende en onroerende lichamelijke zaken en vervolgens de onlichamelijke zaken.