Fusies en overnames in de Europese BTW
Einde inhoudsopgave
Fusies en overnames in de Europese BTW (FM nr. 146) 2016/4.6.4:4.6.4 Knelpunten grensoverschrijdende toepassing
Fusies en overnames in de Europese BTW (FM nr. 146) 2016/4.6.4
4.6.4 Knelpunten grensoverschrijdende toepassing
Documentgegevens:
S.B. Cornielje, datum 01-03-2016
- Datum
01-03-2016
- Auteur
S.B. Cornielje
- JCDI
JCDI:ADS420623:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook G.J. van Norden, Het concen in de BTW, Deventer: Kluwer 2007, blz. 293.
Momenteel loopt een pilot (periode juni 2013 – september 2018) waarin een aantal landen experimenteert met cross-border VAT rulings. In het kader van die pilot zijn tot en met maart 2015 slechts 14 voorbeelden gerapporteerd. Zie http://ec.europa.eu/taxation_customs/taxation/vat/traders/cross_border_rulings/index_en.htm (geraadpleegd op 6 januari 2016).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Uit bespreking van het voorbeeld komt een aantal knelpunten met betrekking tot de toepassing van de geruisloze overgang in grensoverschrijdende situaties naar voren. Ten eerste het meer algemene vraagstuk in hoeverre een belastingplichtige hinder kan ondervinden van verschillende interpretaties en implementaties in verschillende lidstaten. Dit is zeer wel mogelijk als gevolg van de onvolmaakte harmonisatie. Bij toepassing van de geruisloze overgang zal de ‘neutraliteits-schade’ in veel gevallen overigens meevallen, als gevolg van het arrest Abbey National I. Hierdoor zal een overdragende partij hoe dan ook gedeeltelijk recht op aftrek van voorbelasting hebben.
Ten tweede maakt het voorbeeld duidelijk dat lidstaten over de eigen grenzen heen moeten (willen) kijken om grensoverschrijdende toepassing van de geruisloze overgang mogelijk te maken. Indien lidstaten A, B en C in het voorbeeld hun individuele oordelen over de toepasselijkheid van de regeling slechts laat afhangen van de feiten die zich binnen hun eigen heffingsbevoegdheid voordoen, zal in alle drie de gevallen niet aan de voorwaarden voor toepassing van de geruisloze overgang worden voldaan. Het succes van grensoverschrijdende toepassing zal dus veelal afhankelijk zijn van de mate waarin betrokken lidstaten bereid zijn de belastbare feiten die plaatsvinden op hun grondgebied te beschouwen als onderdeel van een groter geheel. De juridische neutraliteit en de doelstelling van de geruisloze overgang vereisen deze flexibiliteit naar mijn idee.1 Het vragen van een cross-border tax ruling zou hierbij een hulpmiddel kunnen zijn, hoewel moet worden erkend dat hiermee tot op heden nog weinig ervaring is opgedaan.2
Ten derde geldt als knelpunt dat het belastbare feit van de intracommunautaire verwerving niet wordt weggenomen door de geruisloze overgang. Hoewel dit systematisch niet onbegrijpelijk is, ben ik van mening dat de verstoring van de neutraliteit die hierdoor ontstaat, en de strijd met doel en strekking van de geruisloze overgang, nopen tot het aanpassen van de Btw-richtlijn op dit punt.