De intrekking van beschikkingen, mede in Europees en rechtsvergelijkend perspectief
Einde inhoudsopgave
De intrekking van beschikkingen (SteR nr. 29) 2016/V.21.2.3.2:V.21.2.3.2 Onrechtmatigheid van de beschikking als grond voor intrekking
De intrekking van beschikkingen (SteR nr. 29) 2016/V.21.2.3.2
V.21.2.3.2 Onrechtmatigheid van de beschikking als grond voor intrekking
Documentgegevens:
B. de Kam, datum 01-03-2016
- Datum
01-03-2016
- Auteur
B. de Kam
- JCDI
JCDI:ADS376536:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Europees bestuursrecht
Bestuursrecht algemeen / Besluit (algemeen)
Bestuursrecht algemeen / Bestuursbevoegdheden
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De kern van de intrekkingsregeling zoals deze in de §§ 48 en 49 VwVfG is neergelegd, wordt blijkens de tekst van beide bepalingen gevormd door het onderscheid tussen onrechtmatige en rechtmatige beschikkingen: is onrechtmatigheid van de beschikking de aanleiding voor intrekking, dan vormt § 48 VwVfG daarvoor de grondslag. Wordt een beschikking anders dan vanwege de onrechtmatigheid daarvan ingetrokken, dan is de bevoegdheid daartoe neergelegd in § 49 VwVfG. Gelet op § 48 VwVfG is voor het bestaan van de bevoegdheid tot intrekking voldoende dat de beschikking onrechtmatig is. Of in een concreet geval daadwerkelijk van de intrekkingsbevoegdheid gebruik kan worden gemaakt c.q. onder welke voorwaarden, hangt af van het antwoord op de vraag of gerechtvaardigd is vertrouwd op de beschikking. Bezien vanuit het Nederlandse recht is het minder vanzelfsprekend dat intrekking vanwege de enkele onrechtmatigheid van de beschikking steeds voldoende is voor het bestaan van een bevoegdheid tot intrekking. Weliswaar is in de jurisprudentie met enige regelmaat de overweging te vinden dat in beginsel niet de bevoegdheid kan worden ontzegd een beschikking in te trekken, wanneer blijkt dat deze ten onrechte is gegeven, de in deel III bestudeerde wetten laten een ander beeld zien. Een bevoegdheid tot intrekking ingeval van onrechtmatigheid van de beschikking, anders dan ten gevolge van onjuiste of onvolledige gegevensverstrekking, is eigenlijk alleen te vinden in wetten waarin een financiële beschikking is neergelegd. Bovendien is in het omgevingsrecht in het verleden een dergelijke grond voor intrekking afgewezen, vanwege de vergaande consequenties die een intrekking kan hebben wanneer de vergunde activiteit reeds is verricht. Anderzijds wordt een geïmpliceerde bevoegdheid tot intrekking veelal wel aanvaard wanneer een beschikking in strijd met het recht is gegeven.