Einde inhoudsopgave
Het pre-insolventieakkoord 2016/7.9
7.9 Stemmen door bondholders
N.W.A. Tollenaar, datum 16-10-2016
- Datum
16-10-2016
- Auteur
N.W.A. Tollenaar
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Voetnoten
Voetnoten
J. Payne, Schemes of Arrangement, Cambridge University Press, 2014, p. 40: “In both creditor schemes and member schemes it is the person who is the legal rather than the beneficial owner of the economic interest that will be a party to the scheme. (…) This potential disjunction between economic interest and the legal interest in a security can be problematic. It is very common for the legal and economic interest in securities to be split.”
Re Dunderland Iron Ore Co Ltd [1909] 1 Ch 446.
In Re Equitable Life Assurance Society [2002] EWHC 140 (Ch) heeft de Engelse rechter een dergelijke splitsing van de stem toegelaten.
Zie in dit verband ook J. Payne, Schemes of Arrangement, Cambridge University Press, 2014, p. 186-187 die ook om deze reden afschaffing van de headcount test bepleit.
Re Castle Holdco 4 Limited [2009] EWHC 3919; Re Gallery Capital SA, 21 April 2010.
Zie bijvoorbeeld Re Hellas Telecommunications (Luxembourg) V [2010] EWHC 2857 en Re Castle Holdo 4 Limited [2009] EWHC 3919.
Zoals ook onder Nederlands recht, zijn onder het Engelse recht in beginsel alleen de crediteuren stemgerechtigd die in formeel juridische zin als schuldeiser van de vennootschap hebben te gelden.1 Bij obligaties kan dit tot problemen leiden. Obligaties worden veelal uitgegeven in de vorm van een global note die wordt uitgegeven aan en gehouden door een trustee of de common depository van het clearing systeem. Deze trustee of common depository houdt de juridische vordering onder de uitgeven global note en heeft dan ook in formeel juridische zin als schuldeiser te gelden. De obligatiehouders houden als beneficial owners slechts het economische belang in de uitgegeven obligaties en zijn formeel juridisch niet als schuldeiser van de vennootschap aan te merken. In re Dunderland Iron Ore Co Ltd heeft de Engelse rechter bevestigd dat houders van obligatiekapitaal niet als schuldeisers van de vennootschap waren aan te merken en dat uitsluitend de trustee als crediteur had te gelden.2
Dit kan tot allerlei complicaties aanleiding geven. Het is in de regel de bedoeling dat de aan de obligaties verbonden zeggenschap aan de bondholders en niet aan de trustee of common depository toekomt. De common depository of trustee is vaak niet bereid of bevoegd om namens bondholders te stemmen. Indien de trustee of common depository voor de bondholders stemt, rijst de vraag of de trustee of common depository als enkele crediteur zowel vóór als tegen het akkoord mag stemmen in de verhouding van de vóór- en tegenstemmers binnen de groep van achterliggende bondholders.3 Het feit dat slechts de trustee of common depository tot stemmen bevoegd is, en daarmee slechts als één crediteur telt, kan ook problemen opleveren bij het behalen van de vereiste meerderheid in aantal.4
De voorwaarden van veel voorkomende Europese obligaties bepalen dat in geval van verzuim de bondholders het recht hebben te bepalen dat de global note komt te vervallen en te verlangen dat certificaten, die een vordering op de uitgevende instelling belichamen, rechtstreeks aan de bondholders worden uitgegeven. In dergelijke gevallen is de Engelse rechter bereid gebleken bondholders als voorwaardelijke crediteuren aan te merken en als zodanig tot de stemming toe te laten.5 Het is uiteraard niet toegelaten dat twee crediteuren op dezelfde vordering stemmen. Om de mogelijkheid uit te sluiten dat zowel de common depository of trustee als de bondholders als voorwaardelijke crediteuren stemmen, worden in de praktijk verklaringen van de common depository en/of trustee verlangd dat deze van de uitoefening van hun stemrecht afzien.6