Einde inhoudsopgave
Het pre-insolventieakkoord 2016/7.3
7.3 Mislukte hervorming van de scheme of arrangement procedure
N.W.A. Tollenaar, datum 16-10-2016
- Datum
16-10-2016
- Auteur
N.W.A. Tollenaar
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Voetnoten
Voetnoten
Report of the Review Committee on Insolvency Law and Practice (1982) Cmnd 8558.
Report of the Review Committee on Insolvency Law and Practice (1982) Cmnd 8558, p. 100-101.
Australian Law Reform Commission, General insolvency inquiry, Report No. 45, 1988, Vol. 1, p. 26 en 31.
Report of the Joint DTI/Treasury Review of Company Rescue and Business Reconstruction Mechanisms (2000), para 43; zie hierover ook J. Payne, Schemes of Arrangement, Cambridge University Press, 2014, p. 5.
Commission Staff Working Document, Impact Assessment Accompanying the document Commission Recommendation on a New Approach to Business Failure and Insolvency, SWD(2014) 62 final.
Commission Staff Working Document, Impact Assessment Accompanying the document Commission Recommendation on a New Approach to Business Failure and Insolvency, SWD(2014) 62 final, p. 29.
Zie o.a. C. Pilkington, Schemes of Arrangement in Corporate Restructuring, Sweet & Maxwell, 2013, p. 7 en J. Payne, Schemes of Arrangement, Cambridge University Press, 2014, p. 5; zie ook p. 188 en p. 215 en G.M. Weisgard and M. Griffiths, Company Voluntary Arrangements and Administrations, Jordan 2013, p. 8 en 16.
J. Payne, Schemes of Arrangement, Cambridge University Press, 2014, p. 5.
Zie in dit verband ook J. Payne, Schemes of Arrangement, Cambridge University Press, 2014, p. 195 en 220.
Report of the Review Committee on Insolvency Law and Practice (1982) Cmnd 8558, p. 101.
Section 4(3) en 4(4) Insolvency Act 1986; J. Payne, Debt Restructuring in English Law: Lessons from the US and the Need for Reform, University of Oxford, Research Paper No 89/2013, p. 8. Zie ook Insolvency Service, A Review of the Corporate Insolvency Framework, May 2016, p. 22: “The Government believes that the CVA regime in its current form and scope is limited as a tool for company rescue, particularly as it currently lacks the ability to bind secured creditors to a plan.”
Insolvency Rules 1986.
Zie G. O’Dea, Schemes of Arrangement, Oxford University Press, 2012, p. 106; zie in dezelfde zin J. Payne, Schemes of Arrangement, Cambridge University Press, 2014, p. 215.
G. O’Dea, Schemes of Arrangement, Oxford University Press, 2012, p. 105.
Insolvency Service, A Review of the Corporate Insolvency Framework, May 2016.
Hoezeer ook bejubeld, de scheme of arrangement procedure is bepaald niet zonder gebreken. Een eerste belangrijke tekortkoming is het feit dat de procedure geen effectief mechanisme bevat om met out of the money crediteuren af te rekenen (geen cram down). Daarnaast vallen ook de duur, de bewerkelijkheid en de kosten van de procedure als bezwaar te noemen.
In 1982 kwam het zogenaamde “Cork Report” uit over hervorming van het Engelse insolventierecht.1 Het Cork Report signaleerde tekortkomingen in de scheme of arrangement en noemde daarbij met name de intensieve rechterlijke betrokkenheid en de daarmee samenhangende kosten en formaliteiten:
“The Court is heavily involved in the procedure (…). There are two distinct phases. First, theconvening of the necessary meetings of creditors and contributories and, secondly, the petitionto the Court for the sanctioning of the scheme as approved by the appropriate majorities at themeetings.
(…)
It will be apparent from the foregoing that the involvement of the Court in schemes of arrangementis considerable and that the procedure involves substantial formality, routine and complexity.
(…) [w]e believe that the Court procedure could be substantially streamlined and greatlyimproved. We cannot believe that there is the need for quite so many applications to, orattendances on, the Court. We doubt whether the painstaking perusal of documents by Courtofficials with little or no experience of commerce or finance provides any real protection forcreditors or contributories.
We have given anxious consideration to improving the procedure for insolvent companies. Fairand sensible schemes should be capable of being put into effect: companies should not beprevented from instigating compositions by the complexity and expense (…).”2
In een onderzoek naar de effectiviteit van schemes kwam de Australian Law Reform Commission enkele jaren later tot dezelfde conclusie: “The procedure for a scheme of arrangement is cumbersome, slow and costly and is particularly unsuited to the average private company which is in financial difficulties. The time taken to implement a scheme varies but in general is at least two to three months. The legal and accountancy costs of even a relatively straightforward scheme are substantial.”3 De commissie stelde als oplossing een eenvoudigere “deed of company arrangement” procedure voor.
In 2000 kwam de Engelse Department of Trade and Industry (DTI) ook tot deze conclusie in een rapport uit over de werking van de beschikbare Company Rescue Mechanisms. De DTI beschreef de Engelse scheme procedure als “complex, cumbersome and expensive”.4
De Europese Commissie signaleert dezelfde bezwaren in haar Impact Assessment uit maart 2014.5 De Commissie merkt daarin op dat vanwege de “heavy involvement of courts (…) the scheme is very expensive and affordable only to big companies.”6
Ook in de literatuur worden de duur, kosten en complexiteit van de procedure als bezwaren genoemd.7 Payne verklaart de oorzaak van de complexiteit en de lange duur van de scheme als volgt: “This is largely a consequence of the significant court supervision of schemes, described above.The fact that two court hearings are involved has implications for the time required for a scheme (the minimum time required to effect a scheme is generally from six to eight weeks) and for its costs”.8
Naar aanleiding van het rapport van de Cork Committee is in de Insolvency Act 1986 de Company Voluntary Arrangement (CVA) ingevoerd met als doel om ondernemingen een sneller, eenvoudiger en efficiënter herstructureringsmechanisme te bieden dan de scheme.9 In de CVA procedure is de rechterlijke betrokkenheid sterk teruggedrongen. Van de eerste rechterlijke behandeling die plaatsvindt in het kader van een scheme heeft de Engelse wetgever bij de invoering van de CVA afgezien. Verlof van de rechter om de procedure in te kunnen leiden en vergaderingen bijeen te kunnen roepen is bij een CVA niet nodig. Bij de CVA procedure vindt voorts geen homologatiezitting plaats. Crediteuren kunnen het akkoord binnen een zekere termijn op eigen initiatief bestrijden indien zij daartoe aanleiding zien. De gehele procedure is van begin tot eind zonder enige rechterlijke inmenging te voltooien. Een ernstig mankement van de CVA procedure is echter dat deze preferente en gesecureerde crediteuren niet bindt. De oorzaak hiervan is mogelijk dat het Cork Report ten onrechte opmerkte dat een scheme gesecureerde crediteuren niet zou binden10 en dat deze onjuiste veronderstelling vervolgens is gehanteerd bij het ontwerpen van de CVA.
In een aantal grote grensoverschrijdende gevallen die zich ervoor leenden, is gekozen voor een CVA in plaats van een scheme, waaronder in Deutsche Nickel AG (2004/2005) en Schefenacker (2006/2007). In de meeste gevallen zijn partijen echter genoodzaakt om te blijven kiezen voor een scheme. De belangrijkste reden hiervoor is dat een CVA preferente en gesecureerde crediteuren niet bindt.11 Als andere oorzaak wordt genoemd dat de CVA procedure is uitgewerkt met gedetailleerde en dwingende voorschriften12 die de procedure onvoldoende flexibel maken.13 O’Dea concludeert kritisch dat de Engelse wetgever “failed to grasp the nettle in modernising English corporate restructuring procedures.”14
In mei 2016 heeft de Engelse regering een consultatiedocument gepubliceerd waarin zijn voorstellen doet om het Engelse insolventiesysteem te verbeteren. De voorgestelde maatregelen omvatten onder meer een moratorium in het kader van een herstructurering buiten faillissement, de introductie van een “supervisor” die het herstructureringsproces begeleidt, bescherming tegen bestuurdersaansprakelijkheid in het kader van een reddingspoging, een doorleveringsverplichting voor essentiële leveranciers, het faciliteren van noodfinanciering, en de introductie van een flexibel en efficiënt dwangakkoord dat alle soorten kapitaalverschaffers bindt, electronisch stemmen toelaat en een “cram-down” mechanisme bevat.15