Einde inhoudsopgave
Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering (FM nr. 147) 2016/II.6.4.4.1
II.6.4.4.1 Derivaten en commodity trades
W.J. Blokland, datum 01-06-2016
- Datum
01-06-2016
- Auteur
W.J. Blokland
- JCDI
JCDI:ADS501384:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. HvJ 8 februari 1990, zaak C-320/88, BNB 1990/271, r.o. 8 (SAFE; m.nt. Reugebrink); HR 4 juli 1990, BNB 1990/271 (concl. A-G Van Soest; m.nt. J. Reugebrink); HvJ 20 februari 1997, zaak C-260/95, V-N 1997, p. 1662, r.o. 23 (DFDS); HvJ 17 september 2002, zaak C-498/99, V-N 2002/50.16 (Town & County Factors); HvJ 28 juni 2007, zaak C-73/06, V-N 2007/36.23, r.o. 43 (Planzer); HvJ 7 oktober 2010, zaken C-53/09 en C-55/09, V-N 2010/55.21, r.o. 39 (Loyalty Management & Baxi Group); HvJ 20 juni 2013, zaak C-653/11, BNB 2014/49, r.o. 42 (Newey; m.nt. J.J.P. Swinkels). Zie ook A. van Dongen, De harmonisatie van de btw (diss. Tilburg), z.p. 2007, p. 52-53; Van Doesum 2009, p. 197.
HvJ 6 februari 2003, zaak C-185/01, BNB 2003/171, r.o. 36 (concl. A-G Léger; Auto LeaseHolland; m.nt. J.J.P. Swinkels); HvJ 3 september 2015, zaak C-526/13, V-N 2015/45.14, r.o. 48-50 (Fast Bunkering Klaipeda).
HR 28 januari 1998, BNB 1998/127 (m.nt. M.E. van Hilten). In laatstbedoelde uitspraak is geoordeeld dat een leverancier een goed rechtstreeks aan de lessee van een financiële lease heeft geleverd en niet aan zijn lessor. Zie nader par. 6.5.5
Eerder is al genoemd dat de privaatrechtelijke duiding van rechtsverhoudingen niet doorslaggevend is voor de toepassing van de Wet OB 1968 en dat uiteindelijk de commerciële en economische realiteit prevaleert boven wat partijen op papier vastleggen.1 Dit geldt ook bij de beoordeling van potentiële kredietverhoudingen. Deze zelfstandige beoordeling van rechtsverhoudingen voor de omzetbelasting kan aanleiding geven bepaalde derivaten en commodity trades, zoals die in paragraaf 6.2 zijn besproken, als uitlenen van geld aan te merken. Bij bedoelde commodity trades is dat denkbaar als de bank op geen moment de macht heeft verkregenwerkelijk als eigenaar over de goederen te beschikken. In dat geval kan geen sprake zijn van een levering van goederen aan en door de bank, maar blijft enkel een terbeschikkingstelling van geld en een terugbetaling van dat geld met een opslag over. De arresten van het Hof van Justitie in de zaken Auto LeaseHolland en Fast Bunkering Klaipeda kunnen de basis vormen voor een argument dat een overdracht of overgang van de macht om als eigenaar te kunnen beschikken ontbreekt.2 Een mogelijke lezing van beide arresten is dat ‘de macht om als eigenaar te beschikken’ een vrij feitelijke beschikkingsmacht vereist. Van dezelfde strekking is de uitspraak van Hof Amsterdam die is te kennen uit het arrest van de Hoge Raad in BNB 1998/127.3