Einde inhoudsopgave
De kapitaalverschaffer zonder stemrecht in de BV (VDHI nr. 116) 2013/6.2.3.17
6.2.3.17 Enquêtebevoegdheid
R.A. Wolf, datum 14-03-2013
- Datum
14-03-2013
- Auteur
R.A. Wolf
- JCDI
JCDI:ADS391277:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 2008/09, 31 058, nr. 3, p. 114 (MvT) en Kamerstukken II 2008/09, 31 058, nr. 6, p. 14 (NV II). Uitgaande van de Wet van 18 juni 2012 tot wijziging van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek in verband met de aanpassing van het recht van enquête (Kamerstukken 32 887, Stb. 2012, 274). Deze wet zal inwerking treden op 1 januari 2013 (Stb. 2012, 305). Bij een BV met een geplaatst kapitaal van meer dan € 22,5 miljoen geldt op grond van art. 2:346 lid 1 sub c (nieuw) BW een percentage van één procent.
Kamerstukken II 2008/09, 31 058, nr. 6, p. 14 (NV II).
Op grond van het bepaalde in art. 2:345 jo. 2:346 BW kan de stemrechtloze aandeelhouder de OK schriftelijk verzoeken een of meer personen te benoemen tot het instellen van een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken in de BV. Bij een BV met een geplaatst kapitaal van maximaal € 22,5 miljoen kan op grond van art. 2:346 lid 1 aanhef onder b BW het enquêteverzoek worden ingediend door een of meer aandeelhouders die alleen of gezamenlijk ten minste een tiende gedeelte van het geplaatste kapitaal vertegenwoordigen of rechthebbenden zijn op een bedrag van aandelen daarvan tot een nominale waarde van € 225.000 of zoveel minder als de statuten bepalen.1
Art. 2:24d lid 2 BW is in dit kader van belang. Op grond van die bepaling tellen de stemrechtloze aandelen bij de vraag of de verzoeker aan het criterium van art. 2:346 BW voldoet mee. De reden daarvoor is dat de wetgever het wenselijk vindt dat het enquêterecht voor alle aandeelhouders openstaat, waaronder de stemrechtloze aandeelhouder.2 Op het recht van enquête ga ik in paragraaf 8.8 nader in.